lewis

We vertrokken op vrijdag 5 juni 2009 vanuit Nederland met de ferry van IJmuiden naar Newcastle. We rijden in 1 dag van Newcastle door naar de westkust van Schotland. Vanuit het plaatsje Oban zijn we naar het eiland Barra gevaren. Hier zijn we 4 dagen gebleven. Daarna zijn we verder gegaan naar de eilanden South Uist, North Uist en Benbecula. Hier zijn we in totaal 3 dagen geweest. Daarna zijn we met de ferry naar Harris gevaren. We hebben toen 6 dagen Harris en Lewis verkend. Op zaterdag 20 juni zijn we van Lewis teruggegaan naar het vaste land, Ullapool. Van Ullapool zijn we via het whisky-district teruggereden naar Newcastle. Donderdag 25 juni zijn wij in Newcastle weer op de ferry gestapt naar IJmuiden.

De ferry’s van de Outer Hebriden hebben we gedaan met een Hopscotch-ticket van Caledonian Mac Brayne. Deze ticket kan je gewoon via internet kopen. Wij betaalden £174 voor 4 ferry-overtochten incl. auto en 2 personen. Je kan de tijden vooraf vastleggen of open laten en dan ter plekke kijken welke overtocht je neemt.

Ga naar ons verslag

Vrijdag 5 juni 2009

De reis begint wederom voor ons weer een keer in IJmuiden waar we de ferry naar Newcastle nemen. We hebben een buitenhut op dek 6, klein en lijkt ook zijn beste tijd te hebben gehad. We eten bij het “cafe” een burger. Dit blijkt niet echt een succes wat Reinier breekt met een hap een stuk van zijn kies af. Een goed begin, net een uur uit Nederland en dan dit. We genieten ‘s-avonds nog op het buitendek van het prachtige weer. We zien allerlei boorplatformen aan de horizon en ook een windmolenpark. We hebben een rustige zee en dus niet al te veel geslinger.

Zaterdag 6 juni 2009

Rond half 9 Nederlandse tijd staan we weer naast ons bed. Het ontbijtbuffet dat we deze keer hadden geboekt is vrij uitgebreid. We eten onze buikjes goed vol en om 9 uur Engelse tijd ligt de ferry aan in de bewolkte haven van Newcastle. Uiteindelijk zitten we nog een hele tijd in onze auto op het autodek te wachten tot we van de ferry kunnen rijden. Eindelijk buiten staan we in de rij voor de paspoortcontrole. We mogen uiteindelijk zonder problemen het land in.

Het is weer even wennen dat links rijden, vooral al die rotonde’s die je gelijk allemaal tegenkomt. Allebei goed kijken en dan vinden we onze weg via de A19 en A1 naar de A69. Het weer is wisselend bewolkt, met af en toe een zonnetje of een paar druppels. Het gaat allemaal zeer voorspoedig en via de M74 komen we bij Glasgow. Hier stoppen we nog even voor een bak koffie en al rijdend eten we onze broodjes. We gaan door het centrum van Glasgow waar je ogen voor en achter moet hebben. We zigzaggen van de ene naar de andere baan om ons een weg te banen naar de A82.

We verlaten de stad en zien af en toe een glimp van Loch Lomond. Bij Tarbert nemen we de A83 naar Inverary, de binnendoor-route naar Oban. We stoppen uiteindelijk bij het mooie witte stadje Inverary. We gaan op zoek naar een geldautomaat en een winkel voor wat eten. Op het veld bij het Loch speelt de jeugd op de doedelzakken. Even later voegen zich daar ook nog een aantal trommelaars bij. Ja, we hebben echt gelijk het gevoel weer in Schotland te zijn. Rond 6 uur komen we uiteindelijk aan in Oban. Hier zetten we onze tent wederom op op de Oban camping voor £14. Redelijk droog zetten we onze nieuwe tent op. Als we eten willen gaan koken begin het weer harder te regenen en ook krijgen we bezoek van grote getalen midges. We zijn blij met ons muggennetje als deur van de tent. ‘s-Avonds kijken we rond in Oban, hier geen midges maar wel fris met af en toe een paar regendruppels.

Zondag 7 juni 2009

We worden al vroeg wakker door het zonnetje dat onze tent opwarmt. Toch blijven we nog lekker even liggen. Om 8 uur staan we bij de douches waar niemand te bekennen is. Het is maar een miezerig straaltje maar warm en gratis. We ontbijten met nog wat Hollandse broodjes en eierkoeken. We gooien de tent open zodat deze wat kan drogen, gelukkig geen mug meer te zien. Rond half 11 verlaten we de camping weer en rijden we eerst naar de McCaigs toren die boven Oban uitsteekt. Smalle weggetjes leiden steil omhoog. Hier kunnen we zowaar een keer gratis parkeren.

De overblijfselen van deze toren geven een prachtig uitzicht over Oban en de omgeving. Daarna rijden we naar Galahan, een doodlopende weg aan de andere kant van de stad. Aan het einde van de weg komen we uit bij een P-plaats bij een strandje. We lopen een stuk langs de kust en genieten van de uitzichten. Na onze wandeling gaan we terug naar Oban, waar we onze auto alvast in de rij voor de ferry zetten. We eten nog wat bij een Local SeaFood-tentje in de haven. Verder genieten we gewoon van het zonnetje. We rijden op tijd de ferry op, als 2e auto, dus we staan vooraan. We vertrekken echter een half uur te laat omdat we moeten wachten op treinpassagiers.

Uiteindelijk verlaten we dan toch Oban, op weg naar Barra. We varen een tijdje langs Mull en dan komen Coll en Tiree in zicht en dan alleen maar water. We zitten een lange tijd buiten op het dek, totdat het frisjes wordt. Net voor 9 uur komen we aan in Castlebay. Waar inderdaad een kasteel in de baai ligt. Op de kale rotshellingen liggen allemaal huisjes verspreid. We rijden de ferry af en rijden even later door een verlaten rotslandschap over smalle weggetjes. We rijden naar het schiereiland Vatersay en vinden daar zoals de beschrijving op internet een mooi grasland om onze tent op te zetten. De Village hall ziet er dicht uit maar de wc is open. Meer hebben we niet nodig. We zoeken een mooi plekje op en zetten ons tentje op. We lopen nog over het prachtige witte zandstrand wat net achter de duin ligt achter onze tent. Rond 11 uur duiken we onze slaapzak in met fleece slaapzak, voorbereid op de kou.

Maandag 8 juni 2009 – 14 °C

Na een winderig nachtje waarbij de tent het aardig te verduren heeft gehad, zien we ‘s-ochtend een mooie blauwe lucht met witte wolkjes. We eten onze laatste plakkerige Nederlandse broodjes en eierkoeken. Vandaag hopen we een winkel te vinden waar we brood kunnen kopen. We gaan op weg naar Castlebay, het belangrijkste plaatsje op Barra. In dit kleine plaatsje blijkt toch van alles aanwezig, een Tourist Information, een bank, een postkantoor, een supermarkt, een restaurantje en wat kleinere buurtwinkels. Het gaat er hier allemaal zeer gemoedelijk aan toe. Ook valt ons op dat iedereen elkaar kent en dat er voornamelijk oudere mensen wonen. Bij de supermarkt vinden we verse broodjes en heerlijke amandelcroissants die nog warm zijn. Boven het dorpje staat een prachtige kerk die we ook even bewonderen.

Dan rijden we het eilandje eens rond over de zgn. “ringweg”. Overal in het heuvelachtige rotslandschap zijn leuke kleine huisjes neergeplant. Regelmatig krijgen we witte zandstranden te zien met een azuurblauwe zee. Niet te geloven dat dit Schotland is, alleen aan de temperatuur en de frisse wind te merken als je de auto uitstapt. Aan de andere kant komen we bij het vliegveld wat alleen bij laagtij gebruikt kan worden. Dan is het een groot schelpenstrand. Een bijzonder gebeuren. We rijden nog verder tot Eliogarrey. Ook dit had een prachtige plek geweest om te kamperen, alleen niet zoveel vlakke stukken te vinden voor de tent. We hebben al wel door dat dit een fantastische bestemming is voor de camper.

We wandelen naar de begraafplaats van de St. Barrs Church. Hier staan zowel oude stenen met Keltische kruizen welke overgroeit zijn met mos, als moderne stenen. In de kerk staan replica’s van oude Noorse grafstenen die hier gevonden zijn. De originelen staan in een museum. Er is hier niemand te bekennen en we eten op een bankje onze broodjes en maken wat foto’s van de aparte stenen.

Na onze wandeling rijden we terug naar Castlebay. Bij Barra Power Kiting vragen we of het mogelijk is om te strandzeilen. Dit blijkt lastig omdat het strand van het vliegveld daar voor gebruikt wordt bij laagtij. Echter overdag wordt het gebruikt voor het vliegveld en ‘s-avonds komt het tij weer op. Dus helaas gaat dit niet lukken in de dagen dat we op Barra zijn. ‘s-Middags zorgen we dat we in de haven zijn als de boot waarmee je naar de Zuidelijke eilanden kan dan terugkomt in de haven. Aangezien we geen bereik hebben met onze mobiele telefoon proberen we zo maar een plekje voor morgen te reserveren. Rond 4 uur komt inderdaad het bootje terug in de haven, er staan nog 2 mensen te wachten. Er is nog wat onduidelijkheid of er wel een trip de volgende dag kan doorgaan omdat de schipper les moet geven op school. Uiteindelijk krijgen we te horen dat we de volgende dag om 12.30 uur in de haven moeten staan. We gaan dan naar Mingulay waar we 3 uur aan land gaan en ook papegaaieduikers kunnen zien.

We halen nog wat benodigdheden voor de avondmaaltijd bij de supermarkt. Hier blijkt het aardig spitsuur, echter iedereen wacht zeer rustig zijn beurt af. Op de terugweg naar Vatersay gooit Reinier zijn hengel nog uit, maar helaas zonder resultaat. Rond 6 uur zijn we terug bij de tent waar we een maaltje koken. Het afwassen is wat behelpen zonder keuken maar voor alles is een oplossing. De zon staat ‘s-avonds op onze tent dus wordt het gewoon warm. Het is hier heerlijk rustig met het geluid van de zee op de achtergrond. Gelukkig hier zijn geen muggen te zien. ‘s-Avonds maken we nog een strandwandeling en rond 11 uur duiken we onze slaapzakjes weer in. Het is dan inmiddels wat schemerig. In de wc in de Village Hall is geen licht dus het is wat behelpen met een zaklamp.

Dinsdag 9 juni 2009

Wederom worden gewekt door een brandend zonnetje op de tent. Ook zijn er een heleboel klein vogeltjes die op en rond onze tent fladderen en tjilpen. We maken ons ontbijtje en gaan dan nog wandelen over het schiereiland Vatersay. Omdat we niet zoveel tijd hebben doen we maar een gedeelte van de wandeling die beschreven staat. We zien de overblijfselen van een verlaten dorp en hebben uitzicht over de uitgestrekte machiars waar de bloemen nu volop bloeien. De koeien hebben hier de ruimte en genoeg te eten. Ook op het strand lopen er koeien, toch een raar gezicht. Rond half 12 zijn we terug bij de tent en pakken we de rugzakken voor onze trip. We rijden weer naar Castlebay. We halen nog wat broodjes en drinken een kop koffie bij het enige restaurantje alhier.

Onze boot komt om stipt half 1 aanvaren en in totaal zijn we met 12 mensen. Wij zijn de jongste van het hele stel. We babbelen wat met een ouder echtpaar wat uit de buurt van Londen komt. Al snel varen we uit en komen we eerst langs Vatersay waar onze tent staat. En dan volgen allerlei andere eilandjes: Sandray, Pabbey e.d. allemaal onbewoond. Onderweg zien we dat ze op een aantal eilanden met steile rotsen aan het klimmen zijn. Ook wordt er gekampeerd op de eilanden. We komen ook een groep kayakkers tegen die ook op weg zijn naar Mingulay. We krijgen daar ook de vinnen te zien van 2 basking sharks. Helaas blijft het bij de vinnen. Veel van de eilanden zijn bewoond geweest tot het begin van de 20e eeuw. Mingulay is tot 1912 bewoond geweest toen de laatste familie naar Vatersay verhuisde. Ten zuiden van Mingulay ligt nog het eiland Berneray, ook wel Barra Head genoemd.

Hier staat boven op de kliffen een vuurtoren die in 1980 is geautomatiseerd. We varen langs Mingulay die uit behoorlijk steile rotsen met vele vogels blijkt te bestaan. Overal zien we kittiwakes en guillemots zitten. We kunnen zelfs met de boot tussen de hoge kliffen omdat het vrij rustig weer is. Heel spectaculair. Het doet ons erg denken aan de Faeröer eilanden. We varen rond het eiland en komen uiteindelijk uit aan de andere kant. Dit ziet er heel anders uit.

Een prachtig zandstrand en een verlaten dorpjes in de grasheuvels met een vervallen school, kerk en allerlei huizen. De ruïnes vervallen steeds verder door de invloeden van weer en wind. Het eiland was net als Barra van de McNeil familie. Echter in zware tijden moest de familie het eiland verkopen en is het van verschillende mensen geweest die hun schapen er lieten grazen. Sinds 2001 is het eiland van de National Trust of Scotland. We worden door het bijbootje afgezet op de rotsen en mogen ons zelf gaan vermaken op het eiland. We zien al zeehondjes in de zee en boven ons vliegen er allemaal papegaaieduikertjes rond. We kijken eerst bij de ruïnes van de huizen en de kerk. Overal zien we ook konijnen rondhuppelen.

Daarna klimmen we de heuvels op naar de plek die ons aangewezen is door de schipper. We klauteren tot bijna bovenaan en gaan dan gewoon op een steen zitten. Langzaamaan komen de puffins weer terug naar hun nestjes en komen steeds dichterbij ons. We genieten weer van deze schattige vogeltjes die buitengewoon fotogeniek zijn. Ze blijken ook aardig te kunnen graven als we allerlei grond zien rondvliegen afkomstig uit de holletjes. We blijven hier de hele middag zitten tot we weer terug naar de boot moeten. Alleen het oudere echtpaar is ook omhoog geklommen om de puffins te zien.

De rest van de mensen is gewoon op het strand blijven zitten, wat zonde om dit prachtige schouwspel te missen. Met het bijbootje worden we weer op het strand opgehaald en terug naar de boot gebracht. We zien onderweg nog wat zeehonden en zijn op 19 uur terug in de haven van Castlebay. We betalen £35 voor een excursie van 6 uur, een koopje in onze ogen.

We eten in restaurant Kisimul in de haven van Castlebay. Het is een mix van Italiaans en Indiaans eten, apart op deze plek. We zoeken 2 keer iets uit van de kaart wat niet aanwezig is vandaag. Reinier neemt lam op zijn indiaans die zeer pittig blijkt te zijn. Leontine krijgt spaghetti bolognaise een vage rode drap met weinig smaak. Niet echt een aanrader. Aan onze tafel neemt later nog een echtpaar uit Manchester plaats en hier kletsen we een tijdje mee. Het toetje slaan we maar over. We nemen deze avond maar eens een douche en gaan daarvoor naar het Dunard Hostel. Voor £2 kan je hier douchen, je stopt gewoon geld in het kistje. Rond 9 uur zijn we terug bij de tent en kletsen we nog een tijdje met onze Engelse overburen die hier net zo lang als wij staan. De wind gaat liggen en dat betekent mugjes, maar niet zoveel als in Oban. De lucht is helder.

Woensdag 10 juni 2009 – 14 °C

Wederom de wekservice van een horde kwetterende vogeltjes en een zonnetje die ons de tent uit laat stomen. Om 8 uur staan we weer buiten. Reinier wil vandaag proberen te vissen, daar moeten we echter een stuk voor lopen. Rugzakken inpakken en op weg. We passeren allerlei koeien en lopen langs de kust op zoek naar een goede plek. Terwijl Reinier de hengels uitgooit schrijft Leontine het dagboek bij want daar lopen we een stukje achter. Het vissen is echter niet echt een succes, ondiep en veel zeewier.

Oftewel steeds haakjes kwijt! We eten onze lunch en lopen dan verder. We pakken even later het officiële wandelpad op over Vatersay waar we eerder al een stuk van gelopen hadden. Rond half 2 zijn we terug bij de tent. We gaan nog even naar Castlebay en reserveren een plaatsje op de ferry naar South Uist voor de volgende dag. We doen nog een rondje eiland en kopen bij een vishandel voor £1,50 een flink stuk wijting. Zo eten we ondanks de mislukte vispoging toch nog vis deze avond.

Onderweg stoppen we nog even in de buurt van een zendmast om een SMS naar het thuisfront te sturen. Op de rest van het eiland hebben we al dagen geen bereik met onze mobiele telefoon. We stoppen nog bij een klein winkeltje waar ook zelfgemaakt ijs wordt verkocht. Echter dit vertrouwen we niet helemaal, we vinden wel een leuke keltische ring voor weinig geld. De eigenaresse ziet er ook niet al te fris uit met een vies schort om. Tijd om terug naar de tent te gaan om te koken. Als we een blikje groente open willen maken blijken we de opener te zijn vergeten. De multitool biedt uitkomst. De afwas is weer een nieuwe uitdaging als je wild-kampeert, maar je wordt steeds handiger. De enige ergernis is hier een klein zwart rupsje dat je overal in de tent tegenkomt. Echter als je de rups weg wil halen dan scheidt hij vieze groene smurrie uit. Het is dus de kunst het rupsje weg te krijgen zonder dat hij af gaat geven. Helaas lukt dit meestal niet. ‘s-Avonds spelen we een spelletje Monopoly in de tent. De wind is inmiddels gedraaid en staat precies op de opening.

Donderdag 11 juni 2009

Het is een frisse en grauwe overtocht van 40 minuten. Iets voor 12 uur rijden we van boord op Eriskay. We kijken hier even rond maar besluiten toch verder te rijden. Over een dam komen we op South Uist. Het landschap is veel vlakker dan Barra met vele meertjes. Ook staan hier weer veel vervallen huizen en oude auto’s die als opslagplaats gebruikt worden. We slaan even af naar de belangrijkste plaats alhier: Lochboisdale. Dit blijkt echter niet veel: een Tourist Office, een bank, een kledingwinkel, een gereedschapswinkel en een slager met een soort minisupermarkt. Het ziet er allemaal erg triest en verlaten uit. We neme wat info mee van de Tourist Info en rijden terug naar de hoofdweg. Onderweg gaat onze auto lawaai maken, net of er iets klappert onder de auto. We kunnen het echter niet gelijk vinden. Dan blijkt het een klepje te zijn onder de bumper die los is gelaten. We repareren dit met een mooi touwtje en hopen ergens een garage tegen te komen.

We gaan de hoofdweg weer af naar Bornais, echter daar komen we niet maar bij wat andere dorpjes. We stoppen nog bij een oude begraafplaats: Cladhnagh Michaell. We kijken ook nog bij een staande steen waar we de betekenis niet van weten. Dan rijden we naar Howmore/Tobha Mor waar we kijken bij de ruïnes. Hier is ook een hostel in een traditioneel blackhouse, waarbij je de tent ook op kan zetten in de tuin.

De bewegwijzering is hier niet altijd duidelijk aangezien het Gaelic niet te begrijpen is en veel weggetjes ook niet op de kaart staan. We besluiten onze tent op te zetten op de enige camping alhier in Liniclate. Het is niet veel bijzonders, een hobbelig grasveld en pal op de wind. Met de harde wind valt het niet mee om de tent op te zetten. De man van de camping komt ons gedag zeggen en deelt ons mede dat we eigenlijk ons eerst hadden moeten inschrijven en betalen. Dat doen we dus maar als de tent staat, £14 per nacht. We rijden nog even langs de supermarkt en eten deze avond wederom vis. ‘s-avonds rijden we weg B891 naar de oostkust. De weg loopt dood en er is hier geen “kip” te bekennen. Reinier werpt nog eens zijn hengel uit maar wederom met weinig succes. We zien nog wel een zeehond.

Vrijdag 12 juni 2009

Het is niet te geloven maar wederom worden we door het zonnetje gewekt. De vogeltjes zingen al luid en het waait iets minder hard. We rijden eerst naar de supermarkt voor broodjes en dan langs de garage om een bout en schroef in de bumper te zetten. Ze willen er niets voor hebben. We betalen ze toch maar 5 pond voor de moeite. Dan gaan we zuidwaarts naar Loch Druidibeg, een vogelreservaat. We wandelen hier door de wetlands en zouden, volgens het wandelboekje, uitkomen bij een soort brug en zouden dan via de weg teruglopen. Er zijn echter geen wegwijzers en we struinen door bosjes en moerasachtig grasland, af en toe zak je ver weg in de modder. We dwalen en dwalen en steken watertjes over door over stenen te springen echter op een gegeven moment staan we voor een watertje waar we echt niet overheen kunnen springen. We besluiten maar terug te lopen naar de auto via dezelfde weg. Niet echt een succes en ook niet veel vogels gezien, zeg maar geen.

We rijden de weg verder af naar Loch Sgioport, hier eindigt de weg ook weer. Het is hier aardig druk, er blijkt een otter te zien. Reinier doet hier ook nog een poging vis te vangen maar ook weer voor niets. Dan gaan we maar naar de Salar Smokehouse voor heerlijke gerookte zalm. We stoppen onderweg nog bij een kudde Schotse Hooglanders, de eerste die we zien op de eilanden. Bij Lochcardon maken we nog een stop bij Hebridean Jewelry, prachtige sieraden maar we kopen niets. We drinken hier wel een heerlijke cappuccino met een shortbread.

De volgende bestemming wordt Flodaigh waar we zeehonden zouden kunnen zien. We parkeren de auto aan de rand van de “draai”plaats van de plaatselijke busdienst en lopen volgens ons kaartje naar de bewuste plek. Zoals de tekening bij onze beschrijving komen we halverwege een autowrak tegen met “Seal News” geplakt aan de binnenzijde van de ruiten. We zien dat er al verschillende blaadjes aangeplakt hebben gezeten die allemaal nog in de auto liggen. De deuren zijn allemaal met tape dichtgeplakt en de rest van de auto roest weg en valt uit elkaar. Uiteindelijk komen we bij het uitkijkpunt en inderdaad liggen er allemaal zeehonden op de rotsen en het zeewier te luieren. Je hebt wel een verrekijker nodig om ze goed te bekijken. We zien ook dat schapen zich goed kunnen redden op rotsen met zeewier, want wat kunnen ze er snel overheen rennen.

Dan wordt het weer tijd om richting camping te gaan. We lopen nog naar de bibliotheek die te vinden is in een groot school/sportcomplex vlakbij de camping. Hier kunnen we gratis internetten. ‘s-Avonds eten we een heerlijke maaltijd met gerookte zalm en aardbeien als toetje. De wind blijkt wederom aangetrokken en gedraaid en staat nu precies op de opening.

Na het eten gaan we een strandwandeling maken. We struinen langs de zee op zoek naar otters. Terwijl we lopen zien we een stel aankomen waarbij de man is gekleed in schotse kilt. Het blijkt de monteur van de garage. Hij komt samen met zijn vriendin net van een bruiloft. Ze vragen ons of we een foto van hun kunnen maken. We lopen daarna nog een stuk verder en genieten van de prachtige luchten. Om 10 uur zijn we pas weer terug bij de tent. Na elven willen we onze tanden poetsen maar dan is de eigenaar net alles aan het schoonmaken en hij verwacht duidelijk geen gasten meer.

Zaterdag 13 juni 2009 – 14 °C – North Uist

Het wordt een nacht met stevige regenbuien en een harde wind. Ook ‘s-morgens regent het dus duiken we nog maar even diep in onze slaapzak en zijn we er pas na 9-en uit.We halen weer even brood bij de supermarkt voor het ontbijt. Vandaag staat North Uist op ons programma. We beginnen met een wandeling vanaf de Langass Lodge. We lopen deze wandeling langs een steencirkel genaamd Pobull Fhinn (Finn’s People) en dan over de heuvel Bein Langais met uitzicht over de omgeving. Het is zwaar bewolkt maar het blijft even droog. Aan de andere kant van de heuvel ligt de graftombe van 5-6 duizend jaar geleden genaamd Barpa Langais ofwel ‘Langais Burial Chamber’. Het is gebouwd voor het turf er omheen is gevormd dus een groot gedeelte ligt nu onder de grond. We lopen via de weg terug en kijken nog even bij het turf wat gestoken is aan de overkant van de weg. Dit zie je hier op meerdere plaatsen.

Ook zie je regelmatig tractors met wagens vol turf erachter. We lopen terug naar de lodge waar we om half 1 weer in de auto zitten. De route gaat verder richting Lochmaddy en we drinken koffie bij het Museum & Arts Centre. Ook hier doen we een wandeling naar The Hut of Shadows. We komen hier via een hangbrug. Ook staat er op de heuvel een verlaten huis “Sponish House”, een luguber gezicht met die donkere wolken erbij. Net voor we terug zijn bij de auto begint het te gieten. Even rennen en dan maar een verlate lunch in de auto terwijl de regen op onze auto klettert.

We rijden verder en stoppen nog bij Solas supermarkt en een paar Schotse Hooglanders. Ook zien we nog 2 uilen vliegen. De regen gaat onverminderd door en even later zitten we letterlijk in een hoosbui, we zien niets meer en de weg is 1 grote plas. Even verderop wordt het gelukkig weer droog.

Rond 5 uur zijn we terug bij de tent die wel nat is maar de hoosbui lijkt hier gelukkig niet overgekomen te zijn. We eten rundvlees met aardappels en groente en wederom heerlijke aardbeien als toetje. We rijden deze avond wederom naar de oostkust om nog even te vissen. De zon komt weer wat te voorschijn en ook de wind gaat liggen. Af en toe komt er nog een buitje langs maar dat levert prachtige regenbogen op. Om 12 uur duiken we onze slaapzakken weer in na de eigenaar weer even lastig gevallen te hebben bij zijn schoonmaak.

Zondag 14 juni 2009 – 15 – 17°C

Om kwart over 8 bij de douches waar we niet de enige blijken te zijn. We mogen in de rij voor de enige douche die het doet. Tijd om in te pakken en de tent is redelijk droog. Om kwart voor 10 verlaten we de camping. Het is vrij rustig op de weg dus hoeven we niet veel te stoppen op de ‘Passing Places’.

Rond 11 uur zijn we bij de ferry waar al een paar auto’s staan. We gaan nog een wandeling maken naar de ‘Standing Stone’ op de heuvel en struinen daarna langs de kust. Het zonnetje brandt weer aan een blauwe hemel met prachtige witte wolken. We kletsen nog met een gezin wat hier op een prachtige plek woont. Ze hebben een oud huis gerestaureerd wat echt prachtig is geworden. Ze vertellen dat hier steeds meer jonge mensen wegtrekken van de eilanden omdat er niet genoeg werk is. Ook willen veel jongeren bijv. geen boer meer worden.

Rond kwart over 12 zijn we terug bij de ferry waar inmiddels al een flinke rij staat. We zetten eens even de telefoon aan en we hebben zowaar een keertje bereik. Om stipt 1 uur staan we op de ferry die toch niet helemaal vol is geworden. We nemen plaats op het buitendek. Zoals we al gelezen hadden moet de ferry al zigzaggend naar de overkant om rotsen en ondieptes te ontwijken. Nu begrijpen we ook waarom deze overtocht een uur duurt. We zien zeehonden op de rotsen liggen en jan-van-genten naar beneden duiken, een spectaculair gezicht.

Om 2 uur rijden we aan land op het eiland Harris. We besluiten de route langs de oostkust te nemen. We zien hier meteen een heel ander landschap: heuvelachtig met veel rotsen. We stoppen gelijk bij het eerste dorpje Rodel. Hier kijken we rond bij de prachtige kerk St. Clements Church. Vooral van binnen is deze kerk prachtig.

Daarna vervolgen we onze weg over de smalle weg en kronkelen we ons tussen de rotsen. Echt snel gaat het rijden hier niet. Uiteindelijk komen we bij de enige erkende camping hier op het eiland. Het hek zit dicht met de mededeling ‘No Vacancies’. Wat nu? We rijden maar verder naar Tarbert. Hier is niet al te veel te doen, alles ligt stil op zondag. We vragen aan mensen die langs de weg lopen met een kinderwagen waar we kunnen kamperen. Ze geven ons als tip: Horgabost. Dit ligt aan de westkust en is 15-20 km rijden. We gaan van rotsige heuvels naar prachtige zandstranden.

We vinden inderdaad een camping op een prachtige plek. Het kost maar £5 per nacht en er is van alles. We besluiten in de duinen te gaan staan net boven het strand. Hier mag je niet met de auto komen dus brengen we alle spullen erheen. Al snel staat ons tentje op een fantastische plek met uitzicht op een wit zandstrand, de zee en de “bergen”. We genieten van ons uitzicht.

We zetten ons strandtentje op en bakken pannenkoeken. Op ons picknickkleedje schrijven we en lezen wat. Dan zien we de Engelsen die we op Barra ontmoet hebben op het strand onder ons lopen. Ze komen bij ons zitten en we praten over wat we allemaal gedaan hebben. Langzaam zakt de zon achter de bergen en kleurt de lucht. Omdat de wind gaat liggen komen er weer mugjes. We gaan gewoon in de tent zitten met ons muskietennet dicht en dan kunnen we nog steeds genieten van de prachtige zonsondergang. We horen allerlei schapen blaten die elkaar wel kwijt lijken te zijn, zo’n lawaai maken ze. En zo is deze prachtige dag ook weer aan zijn eind.

Maandag 15 juni 2009

Na een koude nacht worden we wederom door een brandend zonnetje gewekt. Het is niet verkeerd om hier wakker te worden met zo’n fantastisch uitzicht. We ontbijten met overgebleven brood en een gebakken eitje. Op naar Tarbert voor diesel en boodschappen. We praten nog met een oud meubelmaker die zijn schuurdeuren aan het schilderen is. Dan rijden we naar Scalpay. We hobbelen tot aan het einde van de weg vanwaar we de wandeling starten. We beginnen niet helemaal goed en zijn meteen de wegwijzers al kwijt. Niet goed opgelet en gewoon maar een “schapen”paadje gevolgd. Er lopen hier veel schapen dus ook veel schapenstront. Na enig struinen vinden we na enige tijd het paadje terug. Het pad blijkt verder goed te volgen. We lopen helemaal langs de kust heuveltje op en af. Na zo’n 1,5 uur lopen komen we aan bij Eielan Glas Light House. Het alles is verlaten. De vuurtoren zelf ziet er nog goed uit.

We struinen wat langs de verlaten gebouwen en zien het verval. In januari 2005 blijkt er hier een flinke storm te zijn geweest waarbij veel schade is aangericht. Zo is het dak van de oude vuurtoren uit 1787 afgewaaid. Er is echter geen geld voor restauratie. Rond half 2 gaan we terug. We nemen even een stukje andere route met als doel later weer op het pad aan te sluiten. Die vinden we echter niet meer terug en we ploeteren over grote grashopen en moerasachtige zompige grasveldjes. Echter dan herkennen we het stuk waar we eerst verkeerd waren gelopen. We blijken een kortere route te hebben genomen en zijn zo snel terug bij de auto. We eten bij de auto onze boterhammen en zijn gelijk omringd door een aantal kippen die ook wel iets lusten. Ze eten het brood zo ongeveer uit je handen.

We besluiten nog maar even naar Flodabay te rijden om te kijken of de botenbouwer er nu wel is. Bij de werkplaats staan alle deuren open en de radio staat aan maar er is niemand te bekennen Ook bij het huis aan de overkant is alles open maar is ook niemand te bekennen. We wachten een tijdje maar er komt niemand dus geven we de moed maar op. We rijden naar Leverburgh.

Hier stoppen we nog even bij een mini-supermarkt. Alles staat hier uitgestald op houten rekken en er is weinig keus. We besluiten deze avond maar een broodje beefburger te maken met sla. Terug naar Horgabost waar we om 5 uur weer bij de camping aankomen. We gaan lekker voor ons tentje zitten om te genieten van het mooie weer en het uitzicht. We maken nog een strandwandeling en ‘s-avonds maken we ook nog een klein kampvuurtje.

Dinsdag 16 juni 2009 – 15 – 17°C

We worden vroeg gewekt door een flinke wind die ons tentje bovenop de duinen flink op z’n grondvesten laat schudden. Wederom is de wind gedraaid. We kunnen er niet meer van slapen en ook het zonnetje maakt het weer flink warm in de tent. Zo zijn we om 7 uur al buiten. We zien naast het zonnetje ook donkere dreigende wolken. We beginnen alvast maar met dingen naar de auto brengen. Na het ontbijt gaan we alles afbreken wat niet meevalt met die harde wind. Om 9 uur is alles afgebroken en iets voor half 10 zijn we weer op weg. Als we de telefoon aanzetten blijken we een SMS gehad te hebben van de boot die excursie’s doet naar de Shiant Isles. We kunnen om 10 uur nog mee. We besluiten het toch maar niet te doen met niet echt goed weer in het vooruitzicht. We rijden Tarbert voorbij en kijken nog bij een Foto-Gallery. We komen daarbij gewoon in huis omdat er aan het huis een nieuwe Gallery wordt gebouwd.

De volgende bestemming is Huisinis. Het is een doodlopende weg. We passeren eerst een oud Noors walvisstation waar niet veel meer van over is. Er staat nog een schoorsteen en wat vervallen gebouwen. We hobbelen over de smalle weg tussen de schaapjes door en met prachtige uitzichten op de kust. De zon is inmiddels wel achter de wolken verdwenen. Ook de top van de hoogste berg is met wolken omhuld. Op een gegeven moment rijden we door een soort poort. Rechts is een privé-tuin en om de bocht verschijnt er op eens een kasteeltje. Er staan 2 Bentley’s voor de deur. We rijden als ware door de voortuin heen. En verlaten deze tuin ook weer door een prachtige poort. Het kasteel is bewoond en particulier bezit

Aan het einde van de weg: Huisinis met wederom een prachtig strand en ook een plek om gratis wild te kamperen. Het blijkt hier echter heel hard te waaien en dit heeft tot gevolg dat we compleet gezandstraald worden. Reinier helpt nog een stel die aan het proberen is 2 kayaks op hun busje te laden, wat echter niet meevalt met deze wind. We verlaten deze plek maar weer want het is geen pretje om hier te lopen. We rijden dezelfde weg weer terug. Het blijkt tijd om schapen te drijven en we zien de bordercollies overal hun werk doen. Net voor het einde van de weg staan we midden op de smalle weg tegenover een stel met een old-timer. Zij moeten terug omdat hun Passingplace net een 50 meter terug is terwijl die van ons misschien wel 500 meter terug is. De man is echter niet van plan terug te gaan en wij ook niet. Zo staan we daar dan midden op de weg. We blijven gewoon staan totdat hij teruggaat met zijn wagen. Deze keer wordt er niet naar ons gezwaaid terwijl dit normaal wel altijd gedaan wordt als je elkaar laat passeren.We rijden de hoofdweg weer op en gaan nu richting Stornoway. Een ruime twee-baansweg loopt tussen de “bergen” van North-Harris. Toch weer een heel ander landschap dan wat we tot nog toe hebben gezien.

Even daarna rijden we Lewis in. Eigenlijk is Harris en Lewis 1 eiland. Lewis wordt echter weer vlakker maar toch weer heel anders. Er stoppen ergens waar we koffie zouden kunnen drinken maar dit is “closed”. We blijven nog even op de P-plaats staan om op de kaart te kijken waar we heen zullen gaan. Als we weg willen gaan staat het bordje bij de ingang opeens op “Open”. Nou dan toch maar naar binnen voor een bak koffie. We komen in een soort bar terecht. We raken aan de praat met de man achter de bar die een tijd in Nederland heeft gewerkt. Hij heeft gewerkt aan een olieplatform in de Botlek nabij Rozenburg. We betalen £4 voor onze koffie en vervolgen onze weg. We besluiten richting Callanish te rijden.

In Callanish bezoeken we de ‘Standing Stones’. We hebben prachtige wolkenluchten als achtergrond. We maken een aantal foto’s en besluiten wat warms te eten. We kiezen voor baked potatoe’s met haggis en tonijn. De tonijn blijkt echter koud, een vreemde combinatie met een warme aardappel. We rijden verder richting Carloway. We willen eigenlijk op zoek gaan naar een B&B. Bij de eerste waar we stoppen is geen plek meer. We rijden dan toch nog maar verder. In Carloway komen we terecht in de Gearranan Blackhouse Village. Bij de entree hangt een papiertje dat je hier huisjes kan huren voor minimaal 2 nachten. We informeren hiernaar. De juiste persoon die er meer van weet moet ergens uit de tuin “geplukt” worden. We kunnen inderdaad een huisje huren en krijgen een “family house” voor het tarief van een 2-persoons huisje omdat deze niet meer vrij was. We krijgen een prachtige Blackhouse ‘Taigh Glas’ welke voorzien is van alle gemakken. Ook ontmoeten we hier wederom het Engelse stel die hier toevallig ook rond lopen. Ze komen ook even in ons huisje kijken. ‘s-Avonds genieten we van onze bank, toch anders dan op de grond zitten.

Woensdag 17 juni 2009 – 15 – 17°C

We hebben een zeer warme nacht in een warm huis onder een dik dekbed. We slapen allebei niet echt goed. Om half 9 zijn we eruit. Buiten hangt er een grijze dikke bewolking maar het is wel weer droog. Rond half 10 vertrekken we richting Barva. We stoppen nog bij de Whale Bone Arch. Deze is gemaakt van de kaken van een blauwe vinvis die hier in 1920 is aangespoeld. Daarna is de volgende stop Arnol Black House. Hier kunnen we zien hoe ons huisje vroeger was ingedeeld en werd gebruikt. Interessant om te zien. Alles onder 1 dak, het huis en de stal. In het midden van de woonkamer wordt turf gestookt.

Voor de warmte en om op te koken. De turf geeft echter veel rook en een soort bedwelmende lucht waar mensen dan in moesten leven en slapen. In het dorp zien we veel ruïnes van deze black house’s staan. Deze laten ze gewoon staan en vervallen. Al geldt dit ook voor veel andere verlaten huizen die later gebouwd zijn. De huizen zijn hier allemaal grijs en grauw met weinig kleur en om de paar huizen staat er wel een verlaten en vervallen huis zonder ramen of dichtgetimmerd.

We verlaten Arnol en het volgende dorp is Barvas. Hier zou een winkel moeten zijn, echter we kunnen ‘em niet zo snel vinden. Het blijkt uiteindelijk de winkel bij de benzinepomp te zijn. Niet groot maar we vinden hier wel brood en zo hebben we in ieder geval iets te eten deze dag. Dan gaat de rit verder naar Ness. Het uiterste puntje van Lewis wordt genoemd The Butt of Lewis en hier staat een vuurtoren boven op de kliffen. Het waait hier ook weer stevig en de zee beukt op de kliffen. We zien overal vogels rondvliegen, meeuwen maar ook jan-van-genten. We trekken de wandelschoenen aan en lopen een stuk langs te kliffen. We gaan op zoek naar nesten van jan-van-genten maar die kunnen we niet vinden.

We genieten van de uitzichten op de zee die over de rotsen slaat en de wind in onze haren. Het wolkendek trekt langzaam open en er prikken weer zonnestraaltjes doorheen. Reinier gaat zijn hengel nog even uitgooien vanaf de rotsen terwijl Leontine scholeksters op de foto probeert te zetten. Helaas gaan we zonder vangst weer verder. We rijden nog naar het haventje van Ness maar hier is vissen echt onmogelijk door de harde wind. Op de terugweg naar Carloway stoppen nog bij Steinacleit, een steencirkel, maar niet zo indrukwekkend als Callanish.

Onderweg hebben we af en toe een druppel terwijl de zon ook schijnt. Om half 5 zijn we terug in onze Black House. We maken een maaltijd in ons keukentje. ‘s-Avonds achtervolgen we nog een schaap met prachtige horens om deze op de foto te zetten. Echter het schaap heeft niet zo’n zin om te poseren. Als we terugkomen staat er iemand met een roofvogel op zijn arm: een woestijnhavik. Reinier mag de vogel ook even op zijn arm hebben. Het dier fladdert even en zit dan met z’n vleugels wijd op Reinier’s arm. Duidelijk niet helemaal op zijn gemak. We praten een tijdje met de man John genaamd.

Daarna gaan we wederom op weg naar de Callanish Standing Stones. We stoppen eerst nog bij de Carloway Broch, een ronde ruïne waar mensen leefden op verschillende woonlagen. Heel ingenieus voor zoveel eeuwen terug. Er is nu geen kip te bekennen en we zijn de enige hier. We proberen nog een lammetje te vangen wat aan de verkeerde kant van het hek is beland. Echter het lammetje laat zich niet vangen, dus het lukt ons niet om hem weer in de wei van zijn moeder te krijgen. Niets aan te doen. We rijden verder naar Callanish en zien voor ons grote donkere wolkenformaties ontstaan. De zon schuift er al snel achter. Gelukkig komt de zon toch nog af en toe te voorschijn en dan krijgen we prachtige regenbogen te zien. Er zijn nog best veel mensen hier op de avond. We ontmoeten 2 Nederlanders die hier op de Harley zijn. We praten een tijdje en na 10-en vertrekken we weer naar ons huisje. Wij zitten ‘s-avonds weer lekker warm in ons huisje terwijl het buiten regent en de wind door de schoorsteen giert.

Donderdag 18 juni 2009 – 9 – 17°C

Rond half 9 komen we ons bed uitrollen. Deze nacht beter geslapen omdat we alle thermostaten laag hadden gezet. We genieten nog een keer van een warme douche zonder tijdslimiet of wachtende mensen achter je. Na het ontbijt pakken we alles bij elkaar en leveren we de sleutel van ons huisje in. We nemen de binnenlandroute door de turflanderijen naar Stornoway. Het is een smal weggetje maar ook heel rustig. We zien veel plaatsen waar turf gestoken wordt. Vrij snel zijn we in Stornoway, de hoofdstad: rotonde’s, stoplichten en drukte. Dat is weer even wennen na zoveel rust. We stoppen bij een supermarkt die megagroot blijkt te zijn, ze hebben hier echt van alles. Buiten is het zwaar bewolkt en regent het met vlagen. We eten in onze auto ons amandelcroissant en rijden naar het centrum. In de haven vinden we een gratis parkeerplekje. We doen gelijk een koffiestop bij de bakkerij en daarna een internetstop bij de bibliotheek.

We informeren bij de Tourist Office naar leuke campingplaatsen. De weersverwachting is zeer wisselvallig met regelmatig regen voor de komende dagen. Het mooie weer is definitief voorbij. We bezoeken de Hebridean Brewery waar deze dag helaas geen rondleidingen zijn i.v.m. een tekort aan personeel. Jammer want dat was een leuk uitje voor een regenachtige dag. We besluiten maar eens bij de camping te gaan kijken welke ten noorden van Stornoway ligt. Deze hebben we snel gevonden maar we vinden het erg ongezellig en troosteloos. We rijden toch maar verder noordwaarts naar North Tolsta. We passeren nog een verlaten camping waarbij de hekken gesloten zijn. Boven de zee hangen zeer donkere wolken die bijna de kleur van de zee hebben. Uiteindelijk komen we bij het einde van de weg. Er zijn hier 2 P-plaatsen waarvan 1 met een toilet. Deze ligt ook een beetje beschut dus hier zetten we ons tentje dan maar op. Net voor de volgende bui staat ons tentje en hebben w de benodigde spullen binnen. Terwijl de wind toeneemt en de regen op ons tentje klettert maken wij maar een bakje koffie voor onszelf. De bui drijft weer over en de zon prikt weer door de wolken heen. Reinier gaat nog een poging doen om een visje te vangen. Hij komt echter 3 kwartier later terug: helemaal doorweekt en wederom zonder vis. ‘s-Avonds bakken we onze ‘Skippers’: gerookte haring.

‘s-Avonds ordenen we onze auto een beetje en maken we kennis met Andy die in zijn auto kampeert. Ook kletsen we met een Engels stel die hier met hun camper staat. Terwijl we gezellig staan te kletsen komen er 2 busjes vol met jeugd. Ze gaan een barbecue doen op het strand voor ons. Alles wordt naar de duinen gesleept. Wij hebben ‘s-avonds Andy op de koffie wat later overgaat in whisky. Het is best gezellig en om 11 uur duiken we onze slaapzakken weer in. Omdat we geen drinkwater bi het toilet hebben poetsen we onze tanden met water uit een flesje.

Vrijdag 19 juni 2009 – 10 – 12°C

We hebben een slechte nacht met een harde wind en overvloedige regenbuien de hele nacht. We doen er geen oog van dicht en zijn ‘s-morgens dan ook niet echt uitgerust. Op tijd er dan maar uit. We verschillen van mening of we de tent hier laten staan of opbreken. We kiezen toch maar voor opbreken en net voor de volgende stortbui hebben we alles in de auto zitten. We zeggen gedag tegen Andy en rijden weer naar Stornoway. We gaan opnieuw lekker een bakkie doen bij Stag Bakery terwijl het buiten regent. In de Town Hall tegenover de bakkerij is een soort markt met allerlei ‘hand-made’ spullen. We kopen een mooi schilderijtje maar laten alle gebreide mutsen, truitjes en houtwerkjes maar liggen.

We rijden de Eye Peninsula op en kijken bij Holm waar je op makreel zou moeten kunnen vissen. We komen uit bij een monument ter nagedachtenis aan een schip wat net na de 1e Wereld Oorlog gezonken is in het zicht van de haven met vele doden tot gevolg. Een indrukwekkende gebeurtenis in zo’n kleine gemeenschap. Vandaag hebben we een flinke wind dat ons eerst naar het monument had geblazen maar nu moeten we ons terugploeteren tegen de wind in. Met dit weer ook niet echt een geschikte visstek. We rijden maar verder naar de uiterste punt van het schiereiland: Tumpian Head. Er staat ook hier een vuurtoren, die in gebruik is als hondenkennel. Ideale plek want niemand heeft zo last van al het geblaf.

We kunnen amper uit onze auto komen zo hard waait het. Omdat we met dit weer hier niet veel kunnen besluiten we de boottocht naar het vaste land maar om te boeken van maandag naar zaterdag. Dit is geen enkel probleem. We gaan dan deze dag nog Uig aan de westkust bezoeken. Vanuit Stornoway bellen we 2 B&B’s in de buurt van Uig, de een heeft geen plek meer en bij de ander krijgen we geen gehoor. We wagen het er toch maar op. De afstanden zijn hier gelukkig niet al te groot en al snel rijden we in het heuvelachtige landschap van zuidwest Lewis. We nemen een smalle weg naar Gallan Head. Hier ligt een oude RAF raketbasis en hier zou een B&B zijn. Die vinden we niet, maar wel een klein hotelletje. Er zit echter een briefje op de deur dat de eigenaar even weg is en over een uurtje terug is. We wachten dus maar rustig af. De eigenaar is gelukkig toch vrij snel terug en heeft zowaar nog 1 kamer. Die nemen we natuurlijk want wij hebben met dit onstuimige weer in ieder geval een dak boven ons hoofd.

We gaan nog een stukje rijden en rijden de weg helemaal uit tot Mealasta. De zee is door de harde wind aardig ruig en beukt op de kust. De lucht is grauw en grijs en het zicht is slecht. Om 6 uur zijn we terug bij het hotel waar we even een warm bad nemen. Om 10 over 7 vertrekken we naar het Lochcroistean restaurant waar we een buffet hebben geboekt. Dit blijkt een goede keuze want het is heerlijk. Het restaurantje ziet er uit als een soort huiskamer en is erg knus. We krijgen een 3 gangen-diner met steeds verschillende keuze’s. Vooral de bread-and-butterpudding vinden we erg lekker. Om half 11 zitten we helemaal vol en rekenen we £33 af voor deze voortreffelijke maaltijd. Als we buiten komen blijkt de wind te zijn gaan liggen. Om 24 uur duiken we onze bedjes in.

Zaterdag 20 juni 2009

Een rustige nacht in het hotelletje op de kliffen. Om 8 uur staan we naast ons bed en om half 9 zitten we aan onze eigen tafel in het restaurant voor een ontbijtje. We kiezen voor de scrumbled eggs met toast en niet voor het Full Scottisch Breakfast. Het weer ziet er duidelijk beter uit. Het landschap ziet er zo weer een stuk vriendelijker uit. We nemen op weg naar Stornoway nog even de omweg via Balthos en Chip. In Chip blijkt ook nog een prachtige camping te liggen aan een strand. We stoppen nog bij een oude begraafplaats, maar helaas geen mooie oude Keltische stenen.

We rijden nog even naar Callanish om Callanish II en III te bekijken. Ook stenencirkels maar kleiner en minder indrukwekkend. Het zonnetje is helaas weer achter de wolken verschenen. We hebben het vrij snel weer gezien. We halen nog wat brood bij de supermarkt in Stornoway en zetten dan onze auto in de rij van de ferry naar Ullapool. Iets na 2 uur mogen we de ferry Isle of Lewis oprijden. Bij het binnenrijden zien we nog net een paar dolfijnen de haven in zwemmen. We rijden op het bovendek wat omhoog wordt getakeld als het vol is. Zo moeten we nog even wachten met uitstappen tot het dek helemaal goed hangt. Tegen de tijd dat we op het dek staan zwemmen de dolfijnen alweer de haven uit.

Scroll Up