IJsland

In februari 2010 zijn we een week naar IJsland geweest. De reis van 8 dagen hebben we geboekt bij IJsland Tours. We hadden het huisje Leira bij Gljúfurbústadir tussen Hveragerdi en Sellfoss – Zuid-IJsland. Informatie over het huisje is te vinden op: www.gljufur.is

We hadden er ook een auto bij: een Nissan Pathfinder. Deze konden we gelijk op het vliegveld ophalen. Het huisje was een prima uitvalsbasis om de omgeving te verkennen. De hotpot buiten was perfect.

Donderdag 11 februari 2010

We vliegen om 13.20 uur vanaf Schiphol dus hoeven niet heel vroeg uit bed. We parkeren bij Schiphol Park&Fly en worden netjes met een busje naar de vertrekhal gebracht. De bagage-incheck is vrij snel gebeurd en we kunnen door de douane. Op Schiphol nuttigen we koffie en een broodje voor een absurd hoge prijs. Op tijd vliegen we en verlaten we besneeuwd Nederland.

We hebben een rustige vlucht en om 15.40 uur landen we op Keflavik. Hier geen sneeuw te zien: regen en 7°C. Dat is niet echt wat je verwacht. Het loopt allemaal heel vlotjes en onze koffers komen als 1 van de eerste op de bagageband. We staan dan ook al snel voor de balie van de Avis om onze auto op te halen. Ook is hier alles snel geregeld. We blijken een upgrade te hebben van categorie H naar K. En zo hebben wij opeens een Nissan Pathfinder voor ons klaarstaan. Een automaat met cruise-control en met banden met spikes. Dat is even wennen, maar groot went hier snel genoeg en de cruise control is fantastisch.

We stoppen gelijk bij de eerste Bonus supermarkt om wat inkopen te doen. Op weg naar het huisje moeten we eerst door Reijkjavik heen. Het is hier zelfs in de spits toch erg rustig en er staan duidelijk minder bouwkranen dan in 2007. We passeren de hoogvlakte Hellisheidi en dalen af naar Hveragerdi, het kassendorp. Vijf minuten na Hveragerdi nemen wij de zijweg naar Gljúfur. Bij een boerderij blijkt de receptie te zijn. Er is echter niemand thuis als wij hier om 18.00 uur zijn. We bellen het telefoonnummer op de voucher en we krijgen een meneer aan de telefoon die zegt er binnen 6 minuten te zijn en ja hoor al heel snel komt er een auto aan. We krijgen de sleutel en een tekening van het terrein om aan te geven welk huisje van ons is.

En zo komen we bij ons huisje Leira. Op het terrein staan 7 huisjes, maar wel zover van elkaar dat je veel privacy hebt. Het huisje ziet er netjes uit en handdoeken en beddegoed liggen al op ons te wachten. We willen gebruik maken van onze hottub maar we krijgen de stop niet dicht, zodat het bad vol kan lopen. Het is echter al donker dus morgen bij licht zullen we even moeten kijken of we dit kunnen maken. Het blijft nog de hele avond regenen en wij blijven gewoon in het huisje.

Vrijdag 12 februari 2010

Een nieuwe, helaas weer regenachtige, dag breekt aan. Wederom ligt de temperatuur boven de 0°C. We beginnen de dag bij de bakker van Hveragerdi. We kopen hier heerlijke broodjes en koeken. Ook lopen we even langs de verlaten Tourist Office, waar ze alle tijd voor ons hebben. En daarna gaan op weg naar de zuidkust. Het is zeer verlaten hier en auto’s komen we niet tegen. Onze eerste stop is een zwart lavastrand bij de monding van de Olfusa in zee. Overal ligt het lavazand bezaait met stukken ijs en er hangt boven het water een soort mist. Je voelt je hier echt alleen op de wereld.

Dan komt we bij de dorpjes Eyarbakki en Stokkseyri. De dorpjes lijken wel verlaten, geen mens op straat te zien. Eenvoudige golfplaten of houten huisjes die vaak wel een likje verf kunnen gebruiken. Sommige lijken wel soort sta-caravans. Het doet wat mistroostig aan en het doet ons een beetje aan eenzame dorpjes in Alaska denken. Er is hier ook echt niets en als er al iets is dan is het nu niet open. Sommige huisjes zijn verlaten en in staat van verval. In Stokkseyri vinden we een benzinestationnetje waar we voor € 0,90 een kop koffie kunnen krijgen. Dan vervolgen we onze weg en op aanraden van de Tourist Office bezoeken we een winkeltje bij een boerderij, Tunga. Dit winkeltje is alleen open als er iemand thuis is en zodra wij het pad op rijden komt iemand de deur open doen en de lampen aan doen. We worden zeer hartelijk ontvangen in dit grappige winkeltje met allerlei snuisterijen. Niet echt onze stijl, maar we hebben een leuk gesprek. We horen dat de mensen op het platteland niet zoveel merken van de crisis. Deze boer verkoopt het vlees van zijn koeien direct aan particulieren en kan hier goed van leven. Mensen willen graag eerlijke en goede producten.

We nemen weer afscheid en vervolgen onze weg langs de kust. We komen te rijden achter 2 pick-uptrucks die een kudde IJslandse paarden aan het verweiden is tussen de 2 auto’s. Zo rijden we kilometers stapvoets er achteraan. Na een aantal kilometer slaan ze af naar een boerderij en kunnen we onze weg over de gravelroad vervolgen. Op advies van de boerin van Tunga stoppen we bij Tre og list. Dit museum wat vooral houtdraaikunst en andere houtkunstwerken heeft staan is eigenlijk in de winter dicht. Echter voor ons wordt het ook weer open gedaan door de zoon die naast het museum woont. Zijn vader heeft de houtdraaikunstwerken gemaakt en hij voegt zich later ook bij ons. Ze zijn beide timmerman van beroep en hebben gelukkig goed werk. Ze geven aan dat tot aan de crisis er veel Polen in de bouw werkte en dat het toen voor IJslandse timmermannen moeilijk was, maar de Polen zijn nu allemaal weg. De IJslanders gaan nu weer voor kwaliteit en voor eigen mensen. Ook gaan de IJslanders niet naar het buitenland omdat dit erg duur is voor hun.

Na dit gezellige bezoek is onze volgende stop de waterval: Urriðafoss. Deze ligt vlak bij de kruising van weg 302 met de ringweg. Een prachtige waterval met veel ijsvorming op de rotsen. Dan voert onze weg weer terug naar Sellfoss over de ringweg nr. 1. We vinden in Sellfoss de winkel die verse vis verkoopt, dit was een tip van de Tourist Office. We nemen een stuk mee van een vis die ons niet bekend is, later komen we er achter dat het een “Snotdolf” is. Ook doen we nog wat boodschappen bij de Kronan, een supermarkt die we nog kennen van onze eerdere bezoeken aan Sellfoss. Dan terug naar het huisje om onze maaltijd te bereiden. De pannen in het huisje zien er nog als nieuw uit. De vis blijkt inderdaad wat “snotterig” te zijn maar smaakt toch goed. Na het eten is het tijd voor ons eerste hottub bezoek. Het blijkt iets te warm voor ons te zijn, dus is het zelfs lekker om in de kou af en toe op de rand te zitten. Volgende keer toch maar iets kouder instellen.

Zaterdag 13 Februari 2010

Via internet hadden we via Iceland Rovers deze dag een Jeepexcursie geboekt, Essential Iceland genaamd. De dag begint helaas mistig en nat. We gaan om half 8 op weg naar Reijkjavik waar we afgesproken hebben bij een Shell-station waar we opgehaald zullen worden. Stipt op tijd arriveert er een Land Rover Defender. Onze chauffeur is Torfi Þórarinsson en we hebben nog een Engels stel dat meegaat deze dag. Ons eerste doel is Þingvellir. Hier is het geheel verlaten, grijs, grauw en nat. En zo staan we 10 jaar na ons eerste bezoek hier opnieuw in de regen. De kloof ligt er mistroostig bij. Wij lopen door het breukvlak naar de andere kant waar de jeep weer op ons staat te wachten. We maken daarna nog even een koffiestop voor we de Kaldidalur opgaan.

De Kaldidalur (weg 550) is 1 van de oudste bergwegen door het binnenland, die tegenwoordig officieel geen F-weg meer is omdat er geen rivieren meer doorgestoken hoeven te worden. Echter de weg is alleen in de zomer open, maar wij passeren gewoon de hekken met “Afgesloten”. We begrijpen later wel waarom je hier als toerist niet in de winter moet komen. We klimmen en klimmen over de gravelroad die soms grote gaten vertoond en we krijgen steeds meer sneeuw op de weg. Het blijft regenen en we worden omringd door een grijze mist. Door de vele regen is de dikke laag sneeuw op de weg veranderd in een natte slurrie. We lijken af en toe net een onderzeeër als het water en sneeuw de lucht in vliegt en ons steeds even geen zicht geeft. Toch handig dat onze Land Rover een snorkel heeft. We komen regelmatig vast te zitten in de dikke smurrie maar met de kunstige stuurmanskunst van onze Torfi komen we toch steeds weer los. Er stromen rivieren over de weg en soms zijn hele stukken weg gewoon weggeslagen. De weg heeft allemaal putten en gaten en wij zijn heel blij dat wij hier niet zelf hoeven rijden.

Rond een uur of 12 komen we helemaal muurvast te zitten en is er geen beweging meer in de auto te krijgen. We gaan er allemaal uit en zakken gelijk ver weg in de natte brij van sneeuw met daaronder een hele laag ijskoud water. Natte voeten dus. De krik wordt van de auto gehaald en wij moeten zoveel mogelijk stenen onder de voorbanden krijgen. Zo krijgen beide voorbanden hopelijk iets van grip. We kijken toe vanaf veilige afstand omdat de stenen de lucht in kunnen gaan hoe Torfi met heel veel moeite uiteindelijk de Land Rover los krijgt. Hij wordt als ware meegevoerd door een rivier van ijswater die zich achter de auto had opgehoopt. Er wordt snel de grindhelling opgereden en de krik wordt weer aan de auto bevestigd. We mogen weer in de auto en vervolgen onze weg naar de Langjökull. Hier komen we uiteindelijk nog meer auto’s tegen, de een nog groter dan de andere. Voor ons ligt een witte vlakte, maar door de mist en dus witte lucht zien we eigenlijk niets anders dan wit. Een rare gewaarwording, een alleen op de “witte wereld”-gevoel.

Door de natte sneeuw die in grote vlokken valt en de kou van de gletsjer springen we allemaal weer snel in de auto waar de verwarming flink opgestookt wordt. We rijden terug naar de Kaldidalur en vervolgen onze weg noordwaarts. De weg is hier beter te berijden. We doen nog een uitstapje naar een waterval, je rijdt dan even door de rivier en in het midden van de rivier kan je dan een foto maken van de waterval. Via diepe sporen van modder en water dalen we weer af. We pakken nog even een riviertje mee en gaan dan naar het lavaveld Hallmundarhraun voor een bezoek aan de lavagrotten. Het lavaveld is zo’n 70 km lang en afkomstig van een spleetvulkaan tussen de Eiriks- en Langjökull; de uitbarsting vond plaats rond 900 na Chr.

De weg, die in de zomer met een normale auto te rijden is, is nu half weggespoeld en veranderd in een rivier. Ook weer geen makkelijke opgave. We bezoeken de grot Stefanshellir, naast de bekende Surtshellir. Het blijkt niet gemakkelijk de grot in te komen aangezien er een soort bevrorenrivier over de rotsen ligt de grot in. Met wat hulp komt iedereen beneden en verkennen we met hoofdlampjes de lavagrot. Overal zijn prachtige ijspegels te zien doordat water door de lava heen sijpelt. Zonder gids zou je hier absoluut verdwalen. We genieten van de absolute stilte in de grot door allemaal onze lampjes uit te doen en rustig op een lavabankje te gaan zitten. Via een andere uitgang klauteren we weer uit de grot. Een bijzondere ervaring.

We moeten dezelfde weg weer terug waarbij de rivier over de weg alweer groter lijkt te zijn geworden. Nu bezoeken we de watervallen in de Hvita: Hraunfossar en de Barnafoss. De Hraunfossar stroomt op de noordoever van de Hvita over bijna 1 km over een niet-waterdoorlatende laag onder het lavaveld Hallmundarhraun vandaan. Een klein stukje verderop wringt de Hvita zich door een nauwe doorgang en vormt dan de Barnafoss. Aan de voet van deze waterval bevindt zich het restant van een natuurlijk gevormde brug.

Dan vertrekken we naar onze laatste stop: Deildartunguhver. Dit is de grootste hete bron van IJsland en hij levert wel 180 liter kokend heet water per seconde. Grote stoomwolken vermengen zich met de witte mist en een hoop geborrel en warmte omringen ons. Indrukwekkend. Deze bron voorziet Bogarnes en Akranes van heet water. Dit water koelt echter nauwelijks af tijdens transport door de buizen zodat het nog gemengd moet worden met koud water om het bruikbaar te maken.

We sluiten daarna onze natte, mistige dag af bij een soort winkeltje, waar je ook koffie en koek kan krijgen. En dan nog best een lange rit terug naar Reijkjavik. Hier arriveren we om half 7. Op advies van Torfi komen we bij een leuk eetadresje waar we een heerlijke burger kunnen eten. Duidelijk een plaats waar nooit geen toeristen komen, geen enkele engelse tekst op de menuborden. Daarna terug naar ons huisje.

Zondag 14 Februari 2010

Ander weer, de thermometer duikt een paar graden onder de 0 en het zonnetje breekt door. Alles is aangevroren en we hebben nu uitzichten van kilometers ver. We starten de dag in Hveragerdi. Hier blijkt het spekglad, het heeft hier duidelijk geijzeld en er ligt gewoon een laagje ijs over het asfalt. Wij parkeren onze auto aan het einde van het dorp en gaan de wandeling uit de Hveragerdi gids lopen naar het nieuwe geothermische gebied. Dit gebied is na de aardbeving van mei 2008 spontaan ontstaan in de heuvels net boven Hveragerdi. We lopen maar over het gras en niet over de weg onze route. De ochtendzon geeft de omgeving prachtige pasteltinten en lange schaduwen. Het is fris maar een verademing na 2 hele dagen regen. Al snel komen we bij de eerste stoomwolkjes en de prachtige kleuren van de geothermische velden. We lopen de lange route en komen bij dennenbossen uit. Het valt ons op dat de IJslanders echt actief zijn met bomen aanplanten. We komen nog een ouder stel tegen waar we even een praatje mee maken en vervolgen onze wandeling. Na 2 uur vallen we binnen bij de bakkerij waar je koffie met iets lekkers kan nuttigen. We warmen hier snel op, want overal in IJsland weten ze wel hoe je het binnen moet opstoken, warmte genoeg en gratis.


We gaan verder en rijden de weg naar boven naar de Hellisheidi Geothermal Plant. Deze energiecentrale is nog redelijk nieuw en het hele jaar gratis te bezoeken. We zijn de enige bezoekers en via allerlei schermen, interactieve displays en film krijgen we info over het gebruik van de bronnen uit het diepste van onze aarde. Het zit behoorlijk ingewikkeld in elkaar maar er wordt in ieder geval electriciteit opgewekt uit stoom en warm water geproduceerd. Nu levert de centrale 320 Megawatt, maar dit moet over 2 jaar 720 MegaWatt zijn. Je kan buiten en binnen alle enorme machines zien. Omdat we in het gebied achter de centrale willen wandelen vragen we of we toch mogen doorrijden ondanks het bord gesloten voor alle verkeer. We krijgen toestemming en moeten bij de portocabins links gaan.

We gaan op weg maar missen de portocabins en komen op een weg vrij steil omhoog. Onze auto trekt dit prima maar het lijkt ons niet helemaal goed te gaan. De Security komt ons al achterop en vraagt ons waar we naar toe willen. We zitten duidelijk verkeerd en hij zal ons naar de startplaats Sleggjubeinsdalur brengen. Zo rijden we achter de Security door alle bouwwerkzaamheden van de energiecentrale en worden we gewezen op een plek naast een gigantisch stoomwolk. Hier parkeren we onze auto. Er ligt hier wel wat sneeuw en het pad gaat gelijk vrij steil omhoog. Doordat we snel klimmen krijgen we steeds meer uitzicht. De paadjes zijn soms wel tricky, langs smalle paadjes die schuin op een steenhelling liggen. We klimmen tot bovenaan en lopen nog iets verder. We krijgen te maken met een kei-harde koude wind en het lijkt erop dat het ook weer gaat sneeuwen. Het zicht trekt steeds verder dicht. We besluiten maar om te keren en worden bijna van de helling afgeblazen naar beneden. Als we eenmaal het ritme en een goede manier hebben gevonden de steenhellingen af te dalen gaat het vrij snel. De vlokken vallen al en we komen weer veilig bij de auto.

We besluiten maar terug te gaan naar ons huisje. De sneeuw blijkt echter beperkt te blijven tot de Hellisheidi en bij ons huisje is geen sneeuw te bekennen. De wind heeft echter wel stormachtige vormen aangenomen en het huisje staat op zijn grondvesten te trillen. We laten onze hottub weer vollopen. Deze keer iets minder warm, maar met dit weer blijkt het water toch snel af te koelen. De gevoelstemperatuur is iets van -25°C of i.d. dus daar zitten we dan met onze muts op in een warm bad. We laten er gewoon maar continue warm water bij stromen en zo wordt het toch nog lekker warm.

Maandag 15 Februari 2010

De storm raast voort. De gehele nacht hebben we amper geslapen omdat de wind (Noord-Oost) precies op de achterkant van ons huisje staat, en daar is juist onze slaapkamer. Dit wordt dus geen wandelweer, dus deze dag maar een ritje met de auto. We besluiten een rondrit te maken naar het schiereiland Reykjanes via de zuidkust. Via Porlakshöfn rijden we over een gloednieuwe weg (die niet op de kaart staat) helemaal langs de zuidkust. Er is nog geen belijning op de weg, alleen maar 1 lange rechte asfaltweg door het lavaveld. En we komen niemand tegen. Bij Strandakirkja wagen we een poging uit de auto te gaan. Dit blijkt niet zo’n goed idee. Binnen een paar minuten ben je helemaal koud omdat de wind door alles heen waait. Je kan gewoon tegen de wind in gaan zitten zo hard als deze waait. Vanuit de auto ziet het er allemaal best zonnig uit, maar je moet alleen niet buiten komen. De rest van de weg tot aan Krysivik komen we niemand tegen

Krysivik hebben we op allebei onze eerdere reizen bezocht, twee keer in de stromende regen. Net als we op de P-plaats aankomen komt er een bus vol met jeugd. We besluiten maar even in de auto wat te eten en te wachten tot ze weer weggaan. Dan is het onze beurt, we rennen over de houten paden langs de prachtig gekleurde velden. Je kan je camera echter nauwelijks stilhouden en zonder handschoenen vriezen je vingers eraf. We rennen het gebied rond en vliegen snel onze behaaglijke auto weer in. Deze plek is voor ons blijkbaar erg ongastvrij. We vervolgen onze weg maar langs de eenzame kustweg over gravelweg door de met mosbegroeide lavavelden. De uitzichten zijn helder en zonnig. Bij het plaatsje Grindavik stoppen we even voor een kop koffie bij de benzinepomp. Dit was in 2000 een van onze eerste overnachtingsplaatsen, in een oude visfabriek.

We hebben hier niet veel te zoeken en besluiten verder te rijden naar het meest zuidwestelijke puntje, waar het geothermische veld Gunnuhver en een vuurtoren zou moeten zijn. We zien de stoomwolkjes en de vuurtoren al in de verte naderen. Het gebied blijkt vol te liggen met buizen, installatie’s waar stoomwolken uit komen en opnieuw een gigantische gloednieuwe energiecentrale. We komen nog langs een rek met stokvis en op weg naar de vuurtoren komen we bij het geothermische veld wat lastig te vinden is. Het is tegenwoordig echter afgesloten, we mogen er niet heen. Dan maar naar de vuurtoren. We rijden omhoog tot op het lavaplateau bij de zee. Handig zo’n 4WD. We lunchen met zicht op de enorme golven in de zee wat een woeste indruk maakt. Terwijl we hier staan komt er nog een sneeuwbui langs gestormd. We besluiten maar gewoon in de auto te blijven, want hier naar buiten gaan is levensgevaarlijk.

We rijden de weg verder uit en komen weer in de “bewoonde” wereld. We willen Vikingworld bezoeken in Reykjanesbær. Dit is een samenvoeging van Keflavik en Njardvik wat helemaal aan elkaar gegroeid is. We kunnen het echter niet vinden en belanden bij Duushuus. Hier blijkt een leuke tentoonstelling van allemaal vissersbootjes. We warmen hier op en kijken even rond. We krijgen een kaartje met route en we vinden in de folderstelling nog een kortingskaartje voor Vikingworld: 2 voor de prijs van 1, geldig tot 31-12-2009. We nemen het toch maar mee. We rijden terug en hebben het museum snel gevonden. Er staat wel 1 auto op de P-plaats. Ons kortingskaartje wordt meteen aangenomen en we betalen inderdaad maar voor 1. We blijken de enige echte bezoekers, naast een fotograaf. In Vikingworld ligt het vikingschip Islandingur dat gebouwd is door Gunnar Marel Eggbertsson. Hij is hiermee in 2000 naar New York gevaren, via Groenland, New Foundland en Labrador. Als we ongeveer uitgekeken zijn lopen we de bouwer Gunnar tegen het lijf. We raken aan de praat en zo zijn we al snel 1,5 uur verder. We praten over het schip, maar ook over de crisis in IJsland, de werkeloosheid en de toekomst. Uiteindelijk verlaten we om 5 uur het museum.

We aanvaarden de reis terug naar Hveragerdi. We maken nog even een stop bij het winkelcentrum Smaralind in Reijkjavik om nog even iets voor het eten te kopen. ‘s-Avonds geen hottub aangezien we nog steeds in de storm zitten.

Dinsdag 16 Februari 2010

In de loop de nacht is de wind gaan liggen en we worden verrast door een prachtige dag met kraakhelder weer en zon. We besluiten dat dit een wandeldagje wordt. We halen nog even brood bij de bakker en maken ons lunchpakketje klaar. We gaan op weg richting Selfoss en nemen dan de afslag naar weg 35 noordwaarts. Bij de eerste kruising verlaten we de weg 35 weer en gaan we op weg naar Nesjavellir. Wederom weer een lege weg en we komen weer niemand tegen. We hebben uitzichten op kilometers verre bergen met sneeuw. De auto zetten we soms midden op de weg stil om wat foto’s te maken (er is toch niemand).

In het Þingvallavatn blijkt behoorlijk wat ijs te liggen, wat prachtige plaatjes oplevert. Net voor Nesjavellir komen we ook nog een prachtig warm meertje tegen waar de damp prachtig boven het water ligt. We parkeren onze auto op 1 van de startplaatsen van de wandelroute’s, naast Borehole 15 (met stoomwolk).

We moeten onder de buizen door en vervolgen dat de route met de groene paaltjes. Dit is een route van ong. 10 km. Al snel komen we bij de eerste gekleurde, stomende velden. We zien op de grond bijzondere ijsformatie’s ontstaan, waarop bovenop ijsstaafjes lavasteentjes en andere stenen liggen. Hoe het precies gevormd is weten we niet maar het zal wel iets te maken hebben met de geothermische velden. De paden zijn stijfbevroren dus soms wel een beetje uitkijken. We dalen af in een soort kloof met een bevroren waterval en we lopen langs een half bevroren stroompje daar even later weer uit.

Van boven hebben we prachtige uitzichten over de besneeuwde heuvels met gekleurde stoomvelden, gekleurde meertjes en bijzonder gekleurde stroompjes met allerlei kleuren mossen. We lunchen bij een soort meertje waar heel wat water omhoog geborrelt komt. We genieten van onze wandeltocht waar we echt niemand zien, dit is toch de ultieme rust en met zulke uitzichten. We stijgen eerst nog een stuk voor een uitzichtpunt en daarna volgt een vrij steile afdaling. We zien nog 2 sneeuwhoenen, die een prima schutkleur hebben in de sneeuw. Uiteindelijk komen we weer helemaal beneden. Via een stukje asfaltweg komen we bij een warm riviertje wat uitnodigd tot een bad en daarna nog de laatste 2,5 km door een lavaveld terug naar de auto. Na 5 uur lopen zijn we terug bij onze auto.

We rijden terug naar Selfoss voor een stukje verse vis voor onze avondmaaltijd. Ook nog even een bezoekje aan de supermarkt en zo zijn we om half 6 weer terug bij ons huisje. We krijgen deze avond een prachtige zonsondergang te zien. Gelijk met dat wij de afwas doen zetten we de kraan van onze hottub. Gelukkig nu niet zo’n harde wind, maar wel 0°C. Het blijkt een stuk beter uit te houden zo en we hebben een mooie heldere lucht met vele sterren. We zitten hier wel tot 21.45 uur en hebben het idee een licht schijnsel van groene strepen te zien. Na het douchen kijken we nog even buien en dan blijkt er inderdaad een fantastisch schouwspel gaande in de lucht. Wat is dat Noorderlicht toch bijzonder om te zien. Wij blijven een hele tijd buiten in de kou kijken hoe de groene banden zich continue verplaatsen over de sterrenhemel. Hier kwamen we toch ook wel een beetje voor.

Woensdag 17 Februari 2010

Onze laatste dag in IJsland is eigenlijk aangebroken, want op donderdag moeten we zo vroeg weg dat we niets meer van IJsland zullen zien. We bakken onze laatste 2 eitjes en genieten van het uitzicht. We hebben een prachtige heldere en zonnige dag, maar wel weer met veel wind. We besluiten om nog maar een autorit te maken omdat we zulke fantastische uitzichten hebben. We besluiten vandaag ook nog maar een echte toeristische trekpleister te bezoeken: Geysir en Gullfuss. We nemen opnieuw weg 35 net voor Selfoss en daarna weg 37 langs Laugarvatn. Deze route hadden we nog niet gereden. Bij Laugarvatn zien we ook heel wat stoomwolkjes opstijgen. Bij de benzinepomp annex minisupermarkt kunnen we een koffie krijgen. Daarna rijden we verder door een gebied met veel zomerhuisjes, veel hout, soms oud maar ook werkelijk prachtige huizen.

Bij Geysir komen we weer eens in de drukte. Hier staan wel allemaal touringcarbussen en auto’s dus mensen! We kleden ons goed aan want het is snijdend koud. Als we foto’s willen maken blijken de beide accu’s er geen zin meer in te hebben. Gelukkig zijn we hier al vaker geweest. We lopen nog even rond en kijken naar de uitbarstingen van de Strokkur en dan snel de warmte weer opzoeken. In de auto eten we ons lunchpakketje op en rijden verder naar Gullfoss. Hier blijkt het een stuk rustiger te zijn, een paar jeeps maar dan heb je het wel gehad. Hier stonden we 2,5 jaar geleden met onze Corolla tussen de megajeeps om de Kjolur op te gaan. Nu rijden we eigenlijk met een meer passend voertuig voor die tocht.

We trotseren nog een keer de kou voor de Gullfoss die wel prachtig blijkt te zijn met ijs en sneeuw. Ook zien we nog een regenboog bij de waterval, zoals het hoort (voor het eerst). Even later warmen we ons op bij een kop soep in de cafetaria bij de parkeerplaats. Dan terug via weg 30 welke voert door redelijk vlak terrein met veel boerderijen met grasland en IJslandse paarden. We genieten wederom van de weidse uitzichten van kilometers ver. Om half 4 komen we weer uit bij de ringweg, nabij Selfoss. We besluiten nog een stukje oostwaarts te rijden om misschien een glimp op te vangen van de gletsjers. Hoe verder we rijden hoe meer sneeuw naast en op de weg en hoe prachtiger de uitzichten. Hier zien we dan toch nog een glimp van echt winters IJsland. Nu zijn we toch blij met onze spikes onder de banden.

Bij Hovsvollur nemen we weg 261 om nog wat dichter bij de besneeuwde bergen te kunnen komen. Verder oostwaarts zien we een strook donkere, bijna zwarte wolken. We blijken toch maar verder te rijden en nemen weg 250. Als we even stoppen om foto’s te maken blijkt het raam aan de bestuurderskant niet meer dicht te willen. Dit is toch niet echt een pretje bij -8°C en een flinke wind. We rijden toch maar verder en zijn ons al aan het beraden wat we hier mee gaan doen. Terwijl we rijden probeert Reinier steeds het raam dicht te krijgen en na vele pogingen gaat deze met horten en stoten heel langzaam dicht. Nooit meer open doen! Aan het einde van de weg zien we even verderop langs de ringweg de Seljalandfoss liggen met daarachter de donkere wolken. We wagen het er toch maar op en rijden naar de waterval.

De waterval ligt net wat in de schaduw en er staan nog 2 bussen dus wij besluiten even verderop te lopen naar de andere watervallen. Hier is duidelijk nog niemand geweest, geen voetstapje te zien in de prachtige witte sneeuwvlakte. De zon zakt langzaam aan naar beneden en verlicht op een gegeven moment de waterval. De laatste bus vertrekt dus nu gaan wij terug naar de waterval. Het trapje naar boven blijkt helemaal; ver-“ijst” te zijn. De nevel van de waterval is gewoon bevroren. De zon zakt nu snel en het wordt een oranje bol welke een roze schijnsel geeft op de witte bergen. We zijn de laatste die de P-plaats verlaten. De zon verdwijnt en laat een prachtige lucht met roze strepen achter. Om kwart voor 7 zijn we in Selfoss waar we bij de supermarkt een warme kip halen met brood. Voor ons inmiddels een soort traditie geworden. ‘s-Avonds is het helaas tijd om de koffers weer te pakken. Maar ‘s-avonds worden we nogmaals verrast door het prachtige Noorderlicht. Wat hadden we nog meer kunnen wensen.

Donderdag 18 Februari 2010

Om iets voor 4 uur loopt ons wekkertje af. We eten een boterham en wat te drinken en dan gooien we de koffers in onze auto. Om 4.25 uur rijden we in het donker weg en verlaten we ons huisje Leira. Op de weg is er nog weinig ander verkeer te bekennen en alles gaat zeer vlotjes. In Reijkjavik hebben we bijna alle stoplichten op groen en om 10 over half 6 rijden we de weg van het vliegveld op. We tanken de auto vol bij een onbemande tank net voor het inleverpunt (tip van het autoverhuurbedrijf). Het is weer arctisch koud met een snijdende wind. Bij het inleverpunt zetten we een smerige auto neer, autowasstraten zijn we niet tegengekomen. Er wordt alleen maar gekeken naar de kilometerstand en binnen no-time worden we in een busje naar de vertrekhal gebracht.

Voor de balie’s blijkt al een flinke rij te staan, wij kiezen dus maar voor de Self-Service Check In. Snel gebeurd en dan nog even de bagage afgeven. Dat gaat allemaal heel vlotjes. Dan eerst maar even ons brood + drinken opmaken voor we door de douane gaan. Ze blijken hier bij de douane zeer secuur te werk te gaan en allebei onze rugzakken worden helemaal uitgepakt. Natuurlijk is alles OK en kunnen we op zoek naar een bak koffie. De winkels heb je hier zo gezien, het is geen Schiphol. Ook is het hier veel rustiger. Om 7.30 uur mogen we boarden en schuiven weer in rij 17, bij de nooduitgang. Terug kletsen we met onze buurman en uiteindelijk zijn we voor ons gevoel vrij snel terug in Nederland. Tegen 12 uur landen we weer in Nederland. Als we de koffers hebben bellen de Park&Fly die ons op komen halen en zo zitten we even later weer in onze “mini” auto op de drukke Nederlandse wegen. Helaas de vakantie is weer voorbij.

In 2016 zijn we van 26 augustus t/m 9 september met een camper door IJsland gereisd. We hebben de toeristische highlight links laten liggen en hebben vooral de ongerepte gebieden bezocht zoals de Westfjorden en het binnenland via de Sprengisandur route.

Ga naar ons verslag….

Vrijdag 26 augustus 2016

Rond half 11 vertrekken we met 30°C richting Schiphol. Onze vlucht begint al met een half uur vertraging maar uiteindelijk verloopt alles voorspoedig en staan we om half 4 op IJslandse bodem. Met de GrayLine bus gaan we naar Reijkjavik en we zien veel bekends maar ook veel nieuwe gebouwen en bouwkranen. In Reijkjavik stappen we over in een kleine busje. Onze chauffeur is een Nederlandse vrouw die sinds een half jaar in IJSland woont. Hiervoor had ze 3 jaar over de wereld gereisd met haar oude Mercedes. Ze was door Europa, Azië, Rusland, Amerika en Canada gereden. In New Foundland had ze haar auto verkocht en gewoon een ticket naar IJsland gekocht. Ze was van plan hier voorlopig te blijven. We worden afgezet bij Alfholl Guesthouse en krijgen zowaar een “upgrade” naar een studio met eigen badkamer voor dezelfde prijs. Natuurlijk willen we daar wel gebruik van maken.

De eigenaar geeft ons een tip over een hamburgerrestaurantje in de haven waar je voor een redelijke prijs goed kan eten. Uiteindelijk betalen we samen omgerekend € 28 samen voor een hamburger, een kleine friet en een frisdrank. Ja de prijzen zijn weer flink gestegen. We dwalen de avond door hete centrum en de havens en bewonderen het prachtige operagebouw Harpa waarop de avondzon prachtig weerspiegelt. We lopen nog naar het “Viking-schip” en zijn daar natuurlijk niet de enigen. Het wordt langzaam donker en de lucht blijft lang blauw. Het is 14°C met weinig wind, dus het voelt niet echt koud aan. Terug op de kamer maken we een planning voor de volgende dag.

Zaterdag 27 augustus 2016

We worden een paar keer wakker in de nacht van dronken mensen op straat die flink lawaai maken. Na het eenvoudige ontbijt dwalen we door het centrum langs bekende en onbekende plekjes. We lopen tot aan de Hallgrimmskirkja. Ze zijn hier beton aan het vervangen wat kapot is gegaan. Ook binnen nemen we nog een keer een kijkje. Daarna zetten we koers naar een Outdoorshop om een hengel en visgerei in te kopen. Als we terugkomen komt bijna meteen het busje van de Hertz voorrijden. Eerst moet alle papierwerk geregeld worden en daarna krijgen we uitleg over het gebruik van onze camper. Om iets over half 12 zijn we klaar voor vertrek. Eerst gaan we naar de supermarkten in de haven om inkopen te doen gezien we waarschijnlijk niet veel grote supermarkten onderweg tegen gaan komen.

We gaan daarna op weg richting Mosfellsbaer en Pingvellir en daarna richting de Kaldidalur. Het eerste stuk is asfalt, daarna gravel en dan grint waar hard aan gewerkt wordt. We zijn blij met onze 4WD die moeiteloos vooruit komt al zien we hier ook normale autos rijden. Hoe verder de weg vordert hoe ruiger het wordt. De uitzichten zijn weids en prachtig met steeds veranderende wolkenformaties. Dan komen er ook regenbogen en vlakbij de gletsjers meer wolken en regen. We voelen de kou em het gaat harder waaien.

Rond een uur of 5 zijn we aan het einde van de weg en rijden we richting Husafell. We vinden hier een flinke camping met huisjes en een zwembad maar echt gezellig ziet het er niet uit. Volgens onze kaart moet hier in de buurt nog een camping zijn dus gaan we daar naar op zoek. We rijden de gravelroad weer op richting het noorden en slaan dan weg 518 in. Echter de camping bij Fljotstunga blijkt al dicht te zijn. Dat is balen. We staan op een kruispunt op de weg ons te beraden wat we nu gaan doen als er een auto stopt en de man vraagt of hij ons kan helpen. We vertellen dat we hier graag wilden kamperen en dat we op zoek waren naar een kleine camping. Hij zegt: “Ik weet wel iets voor jullie. Rij maar achter mij aan”. En zo volgen we hem een grindweg in en omen we bij een terrein met schapenvanghekken.

Dit blijkt de man zijn eigen terrein te zijn en wij mogen hier vannacht staan. Er is echter geen electriciteit, water en wc. Gelukkig hebben we de eerste twee zelf en dat laatste wordt dus gewoon buiten in het veld. Hij vertelt ons ook dat hij beheerder is van een lavagrot waar ook rondleidingen worden gegeven. We bedanken de man en trekken snel warme kleiding aan want het is hier echt koud zo op het open veld. Om te koken hebben we 2 pannen dus het blijft bij eenvoudige gerechten. Het waait stevig en zelfs in de camper zitten we met onze muts op.

Zondag 28 augustus 2016

Brr… dat was een koude en winderige nacht en dus alles behalve goed geslapen. We zijn al om 6 uur wakker en al vroeg zitten we aan ons zelf gemaakte ontbijt te genieten van het prachtige uitzicht. De wind is aan het einde van de nacht gaan liggen en de thermometer geeft 8°C aan. Voor het eerst moeten we het dak van onze camper laten zakken en dat gaat niet helemaal goed met een scheefdak als gevolg. Dat wordt dus nog even oefenen. Daarna maken we een wandeling langs de rivier en doorkruisen een lavaveld met verend mos. Bij de rivier staat iemand te vissen en die blijkt al snel een flinke zalm naar binnen te halen.

We besluiten daarna maar een bezoek te brengen aan de lavagrotten en staan om 10 uur klaar voor een tour. We krijgen allemaal een helm met een lichtje en het is eigenlijk best druk, terwijl het niet aan de hoofdweg is gelegen. We lopen eerst over het lavaveld en daarna dalen we af in de lavagangen d.m.v. houten bruggen en trappen. Het is een tunnel met verschillende grote ruimtes en allerlei soorten lava. Het is erg fris hier binnen en er ligt zelfs op sommige plekken ijs. We zijn bijna verkleumd als we na 1,5 uur weer buiten komen. Gelukkig schijnt de zon maar de wind blijft koud.

We rijden terug naar Husafell en bezoeken de 2 watervallen Hraunfossar en Barnafoss. De Hraunfossar komt onder het lavaveld vandaan, een bijzonder gezicht. We maken een aantal mooie foto’s en dan gaat onze weg nog naar een geothermisch veld. We hadden het plan vandaag een camping bij Budardalur te nemen maar aldaar aangekomen blijkt dit een zeer mistroostige plek en is er hier niemand te zien. We besluiten door te rijden naar Reykholar wat nog 1:15 uur rijden is over een bijna lege asfaltweg. Hier hebben we een camping met een prachtig uitzicht en met een zwembad. Na eten en douchen maken we een avondwandeling langs de kust. Het uitzicht verandert continue en we komen door een moeras en langs een geothermisch veld, maar we vinden geen goede plek om te vissen.

Maandag 29 augustus 2016

Wederom vroeg wakker na een koud maar rustig nachtje. Het weer ziet er goed uit. Na het ontbijt opnieuw ons dak laten zakken waar we nog niet echt bedreven in zijn. Bij Bjarkalundur tanken we voor 5000 ISK zoadat we met een volle tank onze weg kunnen vervolgen. We rijden verder over weg 60 langs fjorden en over “bergen”. Bij Flokalundur nemen we weg 62 en langs deze weg is geen enkel dorpje van enige omvang, geen winkels, geen benzinepomp, echt helemaal niets. Alleeen steeds veranderende uitzichten. Het meerendeel van de weg is gewoon netjes geasfalteerd. Na de Kleifaheidi slaan we af richting Latrabjarg en gelijk komen we een schip op een strand tegen welke daar al sinds 1981 ligt en langzaamaan wegroest.

De weg gaat over in een gravelroad en het verbaast ons dat het hier nog best druk is en zelf met normale auto’s. We rijden langs het fjord en stoppen nog even bij een oud, uit elkaar gehaald, vliegtuig en andere oude voertuigen in Hnjotur. Daarna moeten we nog 30 km naar de vogelrotsen. Het is hier opeens minder koud en we doen weer wat lagen kleding uit. De meeste vogels zijn echter al vertrokken en we zien alleen nog drieteenmeeuwen op de steile rotsen. We wandelen een stuk langs de kliffen en genietsen van de uitzichten. We wilden hier eigenlijk in de buurt kamperen maar we kiezen om even verder te kijken.

Uiteindelijk komen we na een bezoek aan Raudisandur strand uit bij een camping in Melanes. Het lijkt een camping in aanbouw met uitzicht op een grasveld met schapen en de zee en het strand zijn vlakbij. Er is hier verder geen beheer alleen een telefoonnummer waar we even een berichtje naar sturen dat wij hier blijven overnachten. We genieten van een prachtige avondzon met de schaapjes om ons heen. We zijn blij met dit mooie plekje en het is erg rustig. We staan er alleen met nog een Canadees stel. In de avond lopen we naar het strand en we zien hier zelf een zeehond in de zee zwemmen. De zon verdwijnt helaas achter de vogelkliffen. De lucht blijft strakblauw. De eigenaar hebben we nog steeds niet gezien of gehoord.

Dinsdag 30 augustus 2016

Als Reinier ‘s-nachts even naar de wc gaat komt hij mij terug om te zeggen dat het werkelijk een prachtige sterrenhemel is en zelf een licht schijnsel van het noorderlicht. Dus daar staan we dan in de koude nacht naar de hemel te kijken, heel bijzonder. We slapen deze nacht zelfs met thermokleding en een muts op omdat het heel koud is. Bij de campinginfo hangt nu opeens een briefje dat we onze bijdrage in een moneybox mogen doen. Blijkbaar is er toch iemand geweest en sprokkelen we al ons geld bij elkaar om contant precies 3000 ISK bij elkaar te krijgen. Na de afwas gaat ons dakje deze keer “gesmeerd” naar beneden. Het is iets na half 10 als deze prachtige plek verlaten. We moeten weer terug de heuvel over en dan richting Patreksfjordur. Hier kunnen we diesel tanken en wat inkopen doen in een mini-supermarkt. Alles blijkt hier erg duur te zijn.

We vervolgen daarna onze weg 63, het waait weer hard en het is bewolkt, de zon krijgen we deze dag niet te zien. Onze volgende stop is Bildudalur aan het Arnarfjord. Een “leuk” plekje met een haventje. Reinier gooit zijn hengel nog even uit bij de pier en heeft gelijk een platvis gevangen, ons diner voor vanavond. We vervolgen onze weg over een gravelroad die afwisselend langs fjorden voert of we moeten even een heuvel oversteken. Onze volgende stop is de Dynjandi waterval met nog een aantal kleinere watervallen eronder. Het is hier behoorlijk druk maar ze zijn wel erg mooi. De beschreven camping in de reisgids blijkt hier niet meer te bestaan dus rijden we maar gewoon verder.

Onze bestemming wordt nu Pingeyri, een vissersplaatsje. De camping ligt achter het zwembad en ook hier is onze campingcard geldig. We krijgen bonnen voor de douche en kunnen met 50% korting naar het zwembad. We zoeken een mooi plekje uit de wind en lopen even naar het dorpje. Na het eten van de vis, die vanmorgen gevangen was, gaat Reinier opnieuw vissen en haalt wederom 3 vissen binnen.

Woensdag 31 augustus 2016

‘s-Ochtends douchen we in het zwembad tussen de oudjes die hier elke moergen komen zwemmen en daarna gezellig met elkaar koffiedrinken. Na het ontbijt is het tijd om weer te vertrekken. We vervolgen onze weg richting Isafjordur. Wederom waait het flink en geeft de thermometer 6° C aan. We laten het dorpje Flateyri voor wat het is en duiken de kilometers lange tunnel in. Het eerste deel is 1 wegstrook met passeerplekken. Halverwege de tunnel is er een afslag naar Sudureyri maar daar rijden we nu aan voorbij en vervolgen onze weg naar Isafjordur. Hier gaan we naar de bakker en het postkantoor. Daarna rijden we terug de tunnel in en nemen we wel de afslag naar Sudureyri. De camping aldaar blijkt niet veel bijzonders, wel is er een mooie oude haven aan het einde van het dorp. Een goede plek om even de hengel uit te gooien en heel snel wordt er een kabeljauw binnen gehaald. Het zonnetje komt eindelijk door en het wordt gewoon nog lekker.

We hebben besloten nog even verder te zoeken naar een andere camping dus rijden opnieuw de tunnel weer in en rijden daarna door naar Bolungarvik. Hier vinden we weer een camping bij een zwembad. We hadden wel zin om te zwemmen maar het zwembad was nog niet open. Daarom rijden we nog maar even door naar de Bolafjall waar hoog boven de zee een Amerikaans radarbal staat. We hebben van hier ook een mooi uitzicht op de besneeuwde bergtoppen aan de overkant. Terug in het dorp is het zwembad inmiddels open. De camper wordt opgesteld en we eten wederom een heerlijk visje als diner. Reinier zorgt ‘s-avonds gelijk weer voor nieuwe vis in de koelkast. Ook is de haven ‘s-avonds prachtig verlicht door het avondlicht en doordat er nauwelijks wind is levert dit prachtige weerspiegelingen op. Als we ‘s-avonds naar bed willen gaan worden we verrast door het noorderlicht.

Donderdag 1 september 2016

Lekker uitgeslapen en na het ontbijt vertrekken we richting Skalavik waar een mooi zwart strand te vinden is met een riviertje wat in zee uitkomt. We willen eigenlijk een andere weg nemen buiten de tunnel om maar deze blijkt niet door te lopen. We komen wel uit bij een grappig museum Osvor met houten huisjes met grasdaken. Het is niet open dus we kunnen er gewoon doorheen lopen en alles van buiten bekijken. Dan duiken we de 5 km lange tunnel weer in naar Isafjordur en gaan we weer naar de bakker waar we eerder zijn geweest om lekkere dingen in te kopen. Ook zijn hier grote supermarkten te vinden om weer even inkopen te doen. We vervolgen onze weg via de 61 naar Sudavik en daarna door naar Seljalandsdalur omdat je hier kan wandelen.

We ontmoeten hier een Nederlandse jongen uit het Westland die is wezen wandelen in Groenland en nu nog even 6 dagen in IJsland reist. Hij maakt even soep en we eten met elkaar. Hij gaat daarna weer verder en wij wandelen door de kloop en plukken “blueberries” onderweg. In de kloof blijkt ook nog een mooie waterval te zijn. We krijgen het best warm als de zon af en toe zijn gezicht laat zien. Het is al 4 uur als we weer terug zijn. Het is nu een heel stuk rijden langs de fjorden. Dit zijn vaak hele diepe inhammen waar je helemaal langs moet rijden. Bij Hvitanes zien we nog een heleboel zeehonden liggen. We besluiten naar de camping in Reykjanes te gaan en als we hier aankomen blijkt het allemaal toch wat vervallen en ook pal op de wind te staan, niet echt ideaal.

We besluiten 20 km terug te rijden naar Heydalur. De weg is net nat gemaakt en dus behoorlijk modderig. De camping ligt bij een boerderij met een zwembad in een boerenschuur en een hotpot. Na het eten trekken we onze badkleding aan en gaan we naar de natuurlijke hotpot midden in het veld. Het lijkt op een soort vijver, niet al te groot. Er staat een houten bankje om je tas op te zetten maar dat is het dan wel. We zijn er samen met een vrouw uit Schotland die oorspronkelijk uit Polen komt. Het water is niet helder maar troebel met allemaal groene “dingen” die in het water drijven. We blijven zitten tot de zon onder is. Dan gaan we met de handdoek om en met de blote voeten in de klompjes terug naar de douches. Dit blijken donkere krappe hokjes te zijn maar wel met heerlijk warm water en echt schoon is het er ook niet. Als we buiten komen is het inmiddels donker en licht is hier weinig en dan moet je nog even terug naar de camper over een pad vol met koeienstront. Jammer als je net schoongedoucht was. Alle natte spullen hangen we aan de bomen en dan komen we de camper maar niet meer uit.

Vrijdag 2 september 2016

We worden wakker en horen de regen op ons camperdak. Toch maar even onze kleding en handdoeken binnen halen die natuurlijk niet gedroogd zijn. Bij het restaurant pakken we nog even een wifi signaal op en we kijken nog even bij het jonge vosje die ze daar hebben. Daarna rijden we wederom door Isafjordur en daarna de Steingrimsfjardarheidi over. Via weg 643 naar weg 645 naar Drangsnes wederom een miniplekje. Hier vinden we echter wel een plek om onze camper even schoon te maken en een haventje om even te vissen. Na Drangsnes alleen nog maar gravelroad langs eenzame kusten vol “wrak”hout en schapen. Hier komen we niet zoveel mensen meer tegen.

Onze eerst volgende stop is Djupavik. Hier is een oude haringfabriek welke in 1935 is gebouwd van beton. Het staat nu bijna op instorten en er ligt ook nog roestig bijna vergaan schip. Je blijkt hier ook een rondleiding te kunnen krijgen om 10 en 14 uur, dus dat onthouden we voor de volgende dag. We kletsen nog even met een Nederlander die hier ook foto’s aan het maken is en met zijn eigen Suzuki 4WD hierheen is gekomen. Het is dan nog een klein uurtje naar Nordurfjordur. Nordurfjordur is een heel klein plaatsje met 2 campings naast elkaar, een winkeltje dat door de weeks van 11-15 uur open is en een pomp en een guesthouse. Er is ook nog een klein haventje en een geothermaal badje bij Krossnes. Reinier vangt in de haven nog even een kabeljauw en we besluiten nog even verder te rijden op zoek nog naar een andere camping.

Het blijkt toch iets verder dan gedacht, de weg wordt steeds slechter en we rijden zelfs door een oude vervallen fabriek heen, heel apart. We zien de auto van de Nederlander ons tegemoet komen. Hij zegt dat de weg alleen maar slechter wordt en dat er geen camping meer is te vinden. Dus we draaien om en gaan terug naar Nordurfjordur waar we onze camper op de 1e camping parkeren. Onze natte kleding gaat op de waslijn en we hopen dat het nu wel droog wordt. We genieten van de rust alhier en het prachtige uitzicht. De camping kost ons deze keer 1200 ISK.

Zaterdag 3 september 2016

We zetten voor het eerst een keer onze wekker maar we zijn toch nog veel vroeger wakker. We eten de laatste boterhammen die we hebben en iets na half 9 vertrekken we naar Djupabik. We hebben ruim de tijd om aldaar om 10 uur te zijn dus we maken af en toe een fotostop. Ruim op tijd zijn we bij Djupavik waar we om 10 uur met 10 mensen aan de rondleiding door de fabriek beginnen. Alle oude machines en motoren blijken er gewoon nog te staan. In de tijd van productie werkten hier zo’n 300 mensen, mannen en vrouwen.

De vrouwen waren gehuisvest op het schip want nu ligt weg te roesten in de baai. Er werd olie uit de haring gehaald en er werd vismeel gemaakt. De olie werd gebruikt voor o.a. oorlogsdoeleinden. Het is een bijzondere plek om te zien, ook omdat alles gewoon achter gelaten is. Toen er geen haring meer was is gewoon alles achtergelaten. De rondleiding kostte 1500 ISK per persoon maar dat was het absoluut waard. Er is ook nog een fototentoonstelling.

Omdat we geen brood meer hebben eten we pannenkoeken. De 3 walvissen die hier al weken in het fjord blijken te komen zwemmen net weg en we kunnen ze niet echt goed zien. We hobbelen het hele stuk weer terug over de gravelroad langs de prachtige kust met het wrakhout uit Siberië. Bij Laugarholl nemen we nu de “short-cut” over de berg. Het is dan nog 15 km naar Holmavik en iets na 2 uur arriveren we hier. Het is heerlijk weer geworden met een zonnetje erbij. We vinden hier een prima camping wederom met een zwembad en zelfs een wasmachine. Tijd om al die vieze kleding eens te wassen en zelf lekker het zwembad in te gaan en te weken in de hotpot. We kletsen met een plaatselijke visserman die op kabeljauw en heilbot vist zo’n 2-3 uur uit de kust alhier. Hij vertelt dat ze een goede warme zomer hebben gehad, 12°C is warm voor alhier. Iets na 5 uur houden we het voor gezien.

Reinier gaat “blueberries’plukken op de heuvel en Leontine schrijft het dagboek bij in het zonnetje aan de picknicktafel, wel uniek. Reinier gaat in de avond weer vissen in de haven en vangt zelfs 5 makrelen en ziet jagende zeehonden en zelfs een walvis, een heel spektakel. Reinier regelt snel een Ijslander met een auto om Leontine om te halen en mee te nemen naar de haven. Helaas laat de walvis zich niet meer zien die avond. We zien nog wel de scholen makrelen en de zeehonden die op ze jagen. De vissen worden uiteindelijk in het donker schoongemaakt en onze koelkast zit inmiddels vol met vissen.

Zondag 4 september 2016

We gaan weer vroeg uit de veren en hebben allesbehalve goed geslapen dankzij een paar dronken gasten. Ze verdwenen toen het ging regenen in de nacht. We gooien onze tank nog even vol voor 10.000 ISK en dan is het weer tijd om Holmavik te verlaten. We dalen af via de kust langs weg 68 zuidwaarts. We zien onderweg nog ergens een groepje schapen midden in het water staan. Waarschijnlijk zijn ze ingesloten toen het vloed werd en nu moeten ze dus gewoon wachten tot het weer eb wordt. We komen nog langs Prestbakki waar we een prachtige weerspiegeling hebben in het water van de wolkenlucht en het kleine roodwitte kerkje.

Onderaan het Hrutafjordur pakken we weg 1 op en rijden weer noordwaarts. Het gaat snel, maar het is saai en veel drukker hier. Tot aan Blondues knorren we over de weg 1 en dan zo snel mogelijk er weer vanaf bij weg 744 naar Saudarkrokur. We maken een stop bij het Grafarkirkja net voor Hofsos aan weg 76. Hier ontmoeten we een moeder en dochter uit North Carolina en we raken aan de praat. We bekijken samen het grappige kleine kerkje wat van hout is gemaakt en een grasdak heeft. We maken nog een korte stop in Hofsos en dan nemen we een kijkjebij het mooie keienstrand van Hofdavatn. Ook hier komen we de Amerikanen weer tegen.

We rijden daarna door tot onze eindbestemming van vandaag: Siglufjordur. Dit blijkt best een flink plaatsje en de visindustrie domineert hier. We dwalen door de haven waar het een drukte van belang is met het uitladen van de vissersboten. De kratten met groete kabeljauwen worden met kranen op de kade gezet en met heftrucks weggereden. We installeren ons op de camping midden in het dorp naast de haven. De wc’s zijn heerlijk verwarmd en alles is hier werkelijk aanwezig. We ontmoeten wederom de Amerikaanse moeder en dochter en nodigen hun uit om makreel bij ons te eten. In de supermarkt halen we er nog even groente bij en onze gasten nemen het toetje voor vanavond mee: heerlijk Ben&Jerry ijs. We zitten met z’n vieren aan de picknicktafel buiten en dit blijkt goed te doen. Het is nog 14°C, dus voor ons doen best warm. Na de afwas en de koffie gaat ieder weer zijn eigen weg.

Wij lopen nog even door de haven om te kijken bij het uitladen van de vissersschepen. Reinier wordt uitgenodigd om even op een schip te komen kijken. Echt alles is aan boord, heel modern, alles automatisch en met 5 man aan boord, 2 weken op en 2 weken af met maximaal 5 uur nachtrust. Hard werken dus. Om half 10 zijn we terug op de camping en de verwarming gaat maar weer aan. We kletsen nog met onze Duitse buurjongen die op zoek is naar werk alhier, maar aan het einde van het seizoen niet echt iets kan vinden.

Maandag 5 september 2016

Een lekkere douche deze morgen van wel 20 minuten voor 200 ISK. Ook is er nog een bakker dichtbij die heerlijke verse broodjes verkoopt. Er komt nog iemand langs om het campinggeld op te halen en dan is het weer tijd om te vertrekken. De lucht is strakblauw, de zon schijnt en het is net boven de 10°C. Net na het dorp krijgen we een tunnel van 4 km en gelijk daar achter nog één van 7 km. Dan rijden we door het dorpje Olafsfjordur en dan gaan we de volgende tunnel in van 5 km. Echt bizar en allemaal gebouwd in 2010 en hierdoor is de reistijd naar Akureyri aanzienlijk verkort. Uiteindelijk komen we uit in het plaatsje Haugenes, hier kan je whalewatching doen. Eigenlijk is het er wel perfect weer voor, de zon schijnt en de zee is kalm. We besluiten het gewoon te gaan doen ook al moeten we dan even wachten tot 13.30 uur. We drinken koffie in het zonnetje en hebben tijd om nog even wat foto’s te maken in het dorp.

Er komen steeds meer mensen en we mogen een pak aantrekken en kunnen daarna naar de boot en deze is nog best vol. Gewoon in het fjord vinden we meerdere groepen bultrugwalvissen die we van heel dichtbij te zien krijgen, echt een prachtig schouwspel. Er varen nog meer boten in het rond en echt heel veel afstand wordt er toch niet gehouden van de walvissen. Aan het einde van de tour kan er nog op 3 plekken gevist worden en Reinier vangt uiteindelijk een flinke koolvis en die mogen we zelfs nog houden. Tijdens onze tour zien we steeds meer wolkenvorming wat ook voorspelt was, minder goed weer op komst. Rond 16 uur zijn we terug in de haven en rijden we gelijk verder richting Akureyri. Het wolkendek wordt steeds dikker en het begint al te druppelen.

Akureyri is een flinke stad aan het fjord en we zien ook een cruiseschip liggen. We gaan nog even snel naar de Bonussupermarkt en dan snel de stad weer uit. We rijden inmiddels in een grijze mist van regen, oftewel echt IJslands weer. We zijn blij dat we dit tot nog toe nog niet echt gehad hebben. Omdat onze route door het binnenland nog niet bekend is en dit zal afhangen van het weer stoppen we maar bij Fosshol naast de Godafoss. Als het na het eten weer even droog is nemen we nog even een kijkje bij de waterval. Het is hier best nog druk maar helaas vanavond geen mooie zonsondergang, alleen maar een dik wolkendek.

Dinsdag 6 september 2016

We worden wakker op een natte morgen. De weersverwachting zegt dat het droog moet gaan worden dus dat hopen we dan maar. We wagen het erop en gaan vandaag het binnenland in. Ons plan om naar Askja te gaan laten we varen omdat het nog zo’n 300 km verder rijden is en ook nog via een zeer slecht F-weg dus we rijden gewoon maar weer zuidwaarts eerst via weg 843 door de Bardardalur en bij Sandvik steken we over naar de 842 die laten overgaat in de F26. Er hangen veel wolken en het regent bijna continue, al zien we ook wat licht stukken lucht en dat geeft ons hoop. Myri is de laatste boerderij en hier gaan we door een hek en dan begint ons echte binnenlandavontuur. Het is modderig en nat en al snel komen we nog een waterval tegen: de Aldeyjarfoss, prachtig omgeven door basalt en ook in de Skalfandafjlot rivier net als de Godafoss. Helaas zit de regen achter ons aan en is ook het fototoestel weer helemaal natgeregend. We stonden hier wel alleen. Als we terug bij de auto komen arriveren er net 3 identieke witte Toyota landcruisers vol met Japanners met statieven en cameras. Gelukkig gaan wij net weg.

De weg die volgt is soms zanderig, soms met flinke stenen, keien, als wasbord en met flinke kuilen en putten die vaak vol staan met water. Onze auto krijgt heel wat modder te verduren. De uitzichten zijn steeds wisselend, zwarte zandvlaktes, steenvlaktes, rivierbeddingen met groen mos en zelfs 2 verdwaalde schapen. We heben afwisselend wat regen en dan weer zonnestralen die door de wolkenformaties heen schijnen welke soms prachtige effecten geven. We moeten wat kleine riviertjes en stroompjes door. De auto’s die we tegen komen zijn op 1 hand te tellen. Het rijden gaat niet al te snel. We krijgen op een gegeven moment prachtig zicht op de Hofsjokull welke bijna geen wolken boven zich heeft en dus mooi door de zon wordt beschenen. We lunchen ergens langs de weg. Net na de kruising met de F910 hebben we de eerste flinke rivierdoorsteek en vlak erna nog 1 en dan zijn we bij Nyidalur. Hier is een camping en een hut, het is iets na 2 uur. We waren eigenlijk van plan om hier te blijven. We praten met de ranger over wat hier allemaal te doen is. Er blijkt een wandeling mogelijk naar een geothermisch veld maar dit is een dagwandeling van 10 uur. Dat gaat het niet meer worden voor deze dag.

We besluiten daarom maar gewoon verder te rijden en het weer wordt ook steeds beter en uiteindelijk hebben we dus best een goede dag voor de binnenlandroute uitgekozen. We hebben namelijk verhalen gehoord van zandstormen die de hele lak van je auto afhalen, het kan hier in het binnenland echt bar en boos zijn. Dus wij genieten gewoon van de prachtige uitzichten en hebben nog 100 km te gaan tot we weer bij een asfaltweg komen, we doen hier nog 3 uur over. We hebben nog diverse rivierdoorsteken, diverse kleine maar ook nog 1 hele grote en dat blijft spannend. Het wordt steeds mooier en de uitzichten zijn werkelijk adembenemend. Zelfs de Vatnajokull krijgen we nog te zien en de Hofsjokull houden we de gehele route prachtig in “zonnig” beeld. Het is zo immens dat je het gewoon niet op de foto kan zetten. Wij hebben echt genoten van deze Sprengisandur route en hadden het niet willen missen, ondanks het gehobbel.

Bij Hrauney komen we weer op het asfalt en hier zien we ook enkele waterkrachtcentrales en dammen. We tanken even diesel bij en kijken even op internet. Omdat we de volgende dag naar Porsmork willen besluiten we zo ver mogelijk door te rijden. We volgen weg 26 richting Hella langs de vulkaan Hekla. We hebben nog steeds prachtige wolkenformaties met een ondergaande zon. Door de ondergaande zon wordt heel de omgeving goud gekleurd, een prachtig gezicht. Ook zien we steeds regenbogen, zoals de gehele dag al. Bij Hvolsvollur slaan we af weg 261 in en komen we uiteindelijk rond half 9 aan bij camping Langbrok. Er is niemand bij de receptie aanwezig dus betalen kunnen we niet.

Woensdag 7 september 2016

Niet zo vroeg ons bed uit want het regent buiten. We verlaten uiteindelijk de camping zonder te betalen, want we hebben niemand kunenn vinden. Omdat een binnendoorroute blijkt afgesloten pakken we een stukje van weg 1 en slaan we af bij de Seljalandfoss. We zijn hier eerder al 2 keer geweest, we schrikken van de drukte alhier. We rijden 30 km over een gravelroad en moeten ongeveer 20 rivieren oversteken, klein en groot. We stoppen nog bij 1 van de gletsjertongen en maken nog een wandeling door de prachtige Stakkholtsgja kloof. Ons eten raakt inmiddels aardig op. We rijden verder tot het einde van de weg en blijven ten zuiden van de grote rivier, deze oversteek vinden we iets te heftig. We rijden tot aan hut Barsa en informeren aldaar over de wandelingen omdat niet alle wandelingen nu mogelijk zijn.

Iets na 2 uur beginnen we met onze wandeling die vrijwel gelijk stijgt. Eerst door een stuk met allemaal kleine boompjes en daarna de rotsen en de helling op. Het regent af en toe en soms zijn er ook hevige rukwinden maar ook is het vaak droog en prikt af en toe het zonnetje door het wolkendek. De wolkenformaties wisselen ook deze dag weer enorm en geven steeds andere uitzichten op het landschap met verschillende kleurschakeringen. De zwarte bergen zijn begroeid met groene mossen en er bovenop een gletsjer waar we af en toe stukken van te zien krijgen. Ook vandaag weer vele regenbogen. Het pad voert langs diepe afgronden, over smalle richels, met steile klimmetjes en trapjes en omringd met bosjes vol met “blueberries”. De meeste wandelaars komen van de andere kant van Skogar en wandelen dan door het gebied van de vulkaanuitbarsting van 2010. Zover komen wij niet want dat zou 3,5 uur wandelen zijn. Net voor de steile helling gaan we maar weer terug. Rond een uur of 5 zijn we terug bij onze camper. We rijden een stukje terug en betalen 3000 ISK om hier te mogen overnachten en parkeren onze camper op een grasveld. We eten onze laatste restjes op want het einde van de vakantie zit eraan te komen.

Donderdag 8 september 2016

Een nacht met veel regen en wind dus alweer vroeg wakker. We moeten het als ontbijt met crackers doen omdat het brood allemaal op is. Rond half 9 zijn we alweer onderweg, door de regen van gisteren en vannacht lijken sommige rivieren nog iets groter te zijn geworden. Het is grijs en grauw, het regent en we hebben geen uitzicht. We komen deze keer maar weinig mensen tegen. Bij de Seljalandfoss is het wederom erg druk. We stoppen in Hella nog even bij een bakker en tuffen maar verder. In Selfoss, ons wel bekend, duiken we nog even een Bonus supermarkt in en checken we bij de bibliotheek even het internet. We nemen de weg richting kust en besluiten maar een camping met een zwembad op te zoeken want ergens heen gaan heeft niet veel zin met dit weer.

We komen terecht in de vissersplaats Porlakshofn. De camping blijkt toch open ondanks dat de campinggids aangaf dat deze 1 september zou sluiten. Alles ziet er netjes uit en de wc’s zijn verwarmd. We gaan lekker naar de hotpots in het zwembad terwijl het regent en de buitentemperatuur zo’n 7°C is. De handdoeken gebruiken we van het zwembad zodat we geen natte handdoeken in de koffer hebben. Het is erg rustig in het zwembad. Onze zwemkleding hangen we te drogen op de verwarming in de wc’s. We beginnen alvast met het opruimen van de camper. We verzamelen het laatste eten in 1 doosje en hopen hier nog iemand blij mee te kunnen maken. ‘s-Avonds lopen we nog even naar het dorp en naar de vuurtoren. De doos met eten wordt afgegeven bij een AA bijeenkomst welke plaatsvindt onder de kerk.

Vrijdag 9 september 2016

We worden de nacht geteisterd door harde wind en regen dus echt slapen is er niet bij. We zijn alweer vroeg uit de veren. Het dekbed is helemaal nat en alles is vochtig. Helaas regent het nog steeds flink en zelfs de deur van de camper gaat nu lekken. We halen alles van het bed en stoppen het in zakken. Goed dat we nu naar huis kunnen. We gaan eerst bij de bakker even inkopen doen. De bakker heeft ook een mooi ruim voorportaal waar we even onze koffers in mogen pakken. Even 10 minuten werk maar dan zit alles wel droog in de koffer. Dan is het tijd om weer naar Reijkjavik te gaan en we hebben zelfs nog even tijd om souvenirs te kopen. Met een volle tank leveren iets voor 11 uur onze camper weer heelhuids in. We zijn snel klaar en met een busje worden we naar de BSI busterminal gebracht. We nemen de Flybus naar het vliegveld. Bij het vliegveld kunnen we de tax van de hengel nog terugvragen, dus toch weer 1500 ISK terug. Uiteindelijk zijn we om 21.30 uur terug op Schiphol.

Scroll Up